wetzoeker

4.2.1 — Beoordelingscriteria vooraanmelding Call for proposals, Onderzoekstalent 2018

Beoordelingscriteria vooraanmelding

1. Opleiding

De kandidaat heeft minimaal een bachelor afgerond en tevens het eerste jaar van de masteropleiding en voldoet voor deze componenten aan het gestelde cijfergemiddelde. De twee opleidingscomponenten worden apart beoordeeld en aan beide componenten wordt een afzonderlijk gewicht toegekend. Bij de beoordeling van deze componenten kunnen de volgende vragen aan de orde komen: Heeft de kandidaat een of meer bacheloropleidingen gevolgd? Heeft de kandidaat een of meer masteropleidingen gevolgd? Heeft de kandidaat een onderzoeksmaster gevolgd? Welke vakken heeft de kandidaat in de bachelor(s) en in de master(s) gevolgd? Heeft de kandidaat aanvullende onderzoeksvoorbereidende talentprogramma’s gevolgd? Heeft de kandidaat aanvullende bijvakken gevolgd?

Heeft de kandidaat college aan een andere of gerenommeerde buitenlandse universiteit gevolgd? Heeft de kandidaat prijzen behaald voor papers en/of scripties, en zo ja welke? Heeft de kandidaat judicia toegekend gekregen, en zo ja welke?

Heeft de kandidaat de gevolgde opleiding binnen de gestelde tijd afgerond?

In geval meerdere masteropleidingen zijn gevolgd, behoeft slechts een van deze opleidingen op het wetenschapsterrein maatschappij- en gedragswetenschappen van het NWO domein Sociale- en Geesteswetenschappen te liggen. Deze masteropleiding dient wel aan de gestelde cijfereis te voldoen. Bacheloropleidingen behoeven niet op eerdergenoemd wetenschapsterrein te liggen. Ten aanzien van de overige masteropleidingen is de vraag aan de orde in hoeverre de desbetreffende opleidingen relevant zijn voor het voorgestelde onderzoek.

2. Extracurriculaire activiteiten

Extracurriculaire activiteiten zijn activiteiten waaraan de kandidaat naast de opleiding heeft deelgenomen. Deze activiteiten kunnen inzicht verschaffen in de wetenschappelijke interesse van de kandidaat of in eigenschappen, als inzet en doorzettingsvermogen, die er bij het doen van onderzoek toe kunnen doen.

Extracurriculaire activiteiten kunnen wetenschappelijk of niet-wetenschappelijk van aard zijn.

Wetenschappelijke activiteiten kunnen bijvoorbeeld studentassistentschappen (onderzoek en/of onderwijs) zijn of zelfstandig ondernomen onderzoeksactiviteiten. Vragen die bij de beoordeling aan de orde kunnen komen zijn: Wat is de aard van deze activiteiten en wat is de relevantie daarvan voor (de uitvoering van) het beoogde onderzoek? Heeft de kandidaat wetenschappelijke publicaties op zijn/haar naam staan (als eerste en/of medeauteur)?

Niet-wetenschappelijke activiteiten kunnen bijvoorbeeld bestuurs- of werkervaring zijn. Vragen die bij de beoordeling aan de orde kunnen komen zijn: Wat is de aard van deze activiteiten? Wat is de relevantie ervan voor het CV van de kandidaat en voor de uitvoering van het beoogde onderzoek?

3. Motivering

De motivering is een door de kandidaat gegeven toelichting op het CV. In de motivering licht de kandidaat in maximaal 350 woorden toe waarom zij/hij promotieonderzoek, in het bijzonder het voorgestelde onderzoek, wil doen en waarom het CV geschikt is voor het beoogde onderzoek. Daarnaast kan de motivering een toelichting zijn op bijzonderheden in het CV, bijvoorbeeld studie- uitloop of anderszins. Centraal staat de vraag: overtuigt de motivering de beoordelaars van de gedrevenheid van de kandidaat om het voorgestelde onderzoek te doen?

4. Onderzoeksidee

Het onderzoeksidee is een beknopte beschrijving van het beoogde onderzoek. Uit deze beschrijving blijkt wat de probleemstelling is van het beoogde onderzoek, waarom het onderwerp moet worden onderzocht, en hoe. Het accent in de beoordeling ligt in deze fase op originaliteit van de probleemstelling en de relevantie van het onderzoek, echter alle onderdelen die bij de beschrijving van het onderzoeksidee worden vermeld – ook onderdelen die verwijzen naar de beoordelingscriteria voor uitgewerkte voorstellen -, kunnen worden betrokken in de beoordeling. Er kunnen maximaal vijf literatuurverwijzingen worden opgegeven en voetnoten zijn niet toegestaan. Indien van toepassing kan hier ook de beoogde institutionele inbedding van het onderzoek worden aangegeven. Centraal staat de vraag: in hoeverre wekt deze beschrijving de nieuwsgierigheid van de beoordelaar(s) naar een uitgewerkt voorstel?

Regeling
Call for proposals, Onderzoekstalent 2018
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
07-08-2017
BWB-id
BWBR0039867
Versie
2017-08-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl