E — Hoogte van de subsidie Besluit vaststelling beleidsregels subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 2
Hoogte van de subsidie
Per module gelden vaste subsidiebedragen. Gelet op de diversiteit van de groep overige instellingen voor medisch specialistische zorg zijn de subsidiebedragen per module gedifferentieerd naar soort instelling. De groep overige instellingen voor medisch specialistische zorg kent de volgende onderverdeling in categorieën instellingen:
− dialysecentrum,
− epilepsiecentrum,
− radiotherapeutisch centrum,
− revalidatie-instelling waar klinische zorg wordt verleend, en
− restcategorie. Onder deze laatste restcategorie vallen zelfstandige behandelcentra, categorale ziekenhuizen e.d.
De subsidiebedragen zijn op de volgende wijze tot stand gekomen. D&A Medical Group BV heeft op basis van de kostenraming bij ziekenhuizen onderzocht hoe deze bedragen zich verhouden tot de werkelijk te maken kosten door de overige instellingen voor medisch specialistische zorg voor het behalen van de modules. Daarvoor heeft D&A Medical Group BV onderbouwd hoe complex de verschillende categorieën instellingen zijn in verhouding tot een ziekenhuis. Dit leidt tot de volgende complexiteitsfactoren ten opzichte van ziekenhuizen: dialysecentrum 40%, epilepsiecentrum 60%, radiotherapeutisch centrum 40%, revalidatie-instelling mits klinische zorg wordt verleend 70%, restcategorie grote instellingen (omzet
10 DBC–omzet, peildatum 2016. Het gaat om de DBC-omzet die is opgenomen in de met gebruikmaking van het model-jaardocument opgestelde jaarrekening 2016, die is goedgekeurd door de accountant.
meer dan 70 mln) 80%, restcategorie middelgrote instellingen (omzet
11 DBC–omzet, peildatum 2016. Het gaat om de DBC-omzet die is opgenomen in de met gebruikmaking van het model-jaardocument opgestelde jaarrekening 2016, die is goedgekeurd door de accountant.
tussen 20 en 70 mln) 40%, restcategorie kleine instellingen 15% (omzet
12 DBC–omzet, peildatum 2016. Het gaat om de DBC-omzet die is opgenomen in de met gebruikmaking van het model-jaardocument opgestelde jaarrekening 2016, die is goedgekeurd door de accountant.
tussen € 500.000 en 20 mln).
Bij de restcategorie kleine instellingen (omzet meer dan € 500.000,– en minder dan € 20 mln) is het niet efficiënt dat een instelling met een dergelijk kleine/beperkte omzet zelfstandig de beoogde implementatie uitvoert. Om voldoende slagkracht te hebben om de beoogde implementatie te kunnen uitvoeren tegen redelijke kosten wordt er bij de hoogte van de bijdrage vanuit gegaan dat tenminste drie van dergelijke instellingen samenwerken. Door deze instellingen te laten samenwerken hebben de instellingen voldoende slagkracht om de beoogde implementatie te kunnen uitvoeren tegen redelijke kosten. De hoogte van de kostenvergoeding voor deze instellingen is gebaseerd op uitgangspunt dat tenminste drie instellingen samenwerken. De instellingen in deze categorie worden geacht zelf subsidie aan te vragen.
De vaste subsidiebedragen in deze subsidiestroom zijn ten opzichte van de berekende bedragen in het onderzoek van D&A medical op basis van kosteninformatie aangeleverd door de NVZ en de door D&A medical geverifieerde bedragen uit de kostenonderbouwing van ZKN dusdanig laag vastgesteld dat overcompensatie niet kan optreden. Bij het bepalen van de subsidiebedragen voor de modules van het Programma patiënt en informatie is er verder voor gekozen de bedragen dusdanig vast te stellen dat instellingen die reeds module A1 hebben bereikt, maximaal eenzelfde subsidiebedrag kunnen ontvangen bij het aanvragen van de modules A2 en A3, als instellingen die module A1 nog niet hebben bereikt, bij het aanvragen van de modules A1 en A2. Op die manier wordt geborgd dat vergelijkbare instellingen op vergelijkbare wijze financieel worden gestimuleerd.
Welke subsidie een overige instelling voor medisch specialistische zorg voor een specifieke module kan aanvragen, hangt af van de categorie instelling waarin de instelling valt (zie ook het stroomschema in bijlage).
De subsidiebedragen voor het Programma patiënt en informatie zijn:
Module A1 | Module A2 | Module A3
Revalidatie-instelling (klinisch) | € 150.000 | € 240.000 | € 150.000
Dialysecentrum | € 80.000 | € 136.500 | € 80.000
Epilepsiecentrum | € 132.000 | € 208.000 | € 132.000
Radiotherapeutisch centrum | € 60.000 | € 65.000 | € 60.000
Restcategorie grote instellingen | € 205.000 | € 296.000 | € 205.000
Restcategorie middelgrote instellingen | € 124.800 | € 165.000 | € 124.800
Restcategorie kleine instellingen | € 40.000 | € 60.000 | € 40.000
De subsidiebedragen voor het Programma patiënt en medicatie zijn:
Module B1 | Module B2
Revalidatie-instelling (klinisch) | € 73.500 | € 171.500
Dialysecentrum | € 33.400 | € 85.750
Epilepsiecentrum | € 68.250 | € 159.250
Radiotherapeutisch centrum | – | –
Restcategorie grote instellingen | € 89.250 | € 196.200
Restcategorie middelgrote instellingen | € 50.400 | € 117.600
Restcategorie kleine instellingen | € 24.000 | –
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregels subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 2
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 19-10-2019
- BWB-id
- BWBR0039835
- Versie
- 2019-10-19_0