2 — Subsidie aan de overige instellingen voor medisch specialistische zorg voor de programma’s Patiënt en informatie en Patiënt en medicatie Besluit vaststelling beleidsregels subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 2
Subsidie aan de overige instellingen voor medisch specialistische zorg voor de programma’s Patiënt en informatie en Patiënt en medicatie
De subsidie is bedoeld voor de overige instellingen voor medisch specialistische zorg. De overige instellingen voor medisch specialistische zorg beschikken over een toelating op grond van de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) en leveren verzekerde zorg aan eigen patiënten. Indien deze overige instellingen voor medisch specialistische zorg deel uitmaken van een groep (concern)
4 In de zorg komt het veel voor dat vooral de wat grotere organisaties gebruik maken van een holdingstructuur. Er is dan een holdingvennootschap of een moederstichting die direct of indirect zeggenschap heeft over dochtermaatschappijen waarin de zorgactiviteiten plaatsvinden.
is op basis van deze subsidieregeling slechts één subsidie per groep mogelijk. Onder overige instellingen voor medisch specialistische zorg vallen revalidatie-instellingen, dialysecentra, epilepsiecentra, radiotherapeutische centra, zelfstandige behandelcentra en categorale instellingen.
Uitgezonderd van de subsidieregeling in dit beleidskader zijn academische ziekenhuizen/universitair medische centra die op andere wijze worden bekostigd dan de overige instellingen voor medisch specialistische zorg. Om diezelfde reden zijn instellingen voor medisch specialistische zorg die uitsluitend geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verlenen, uitgezonderd van deze subsidieregeling.
Ziekenhuizen die op grond van VIPP fase 1 in aanmerking komen voor subsidie zijn eveneens uitgezonderd van deze regeling. Overige instellingen voor medisch specialistische zorg die geen zelfstandig EPD-systeem hebben maar gebruik maken van de ict-voorzieningen van een ziekenhuis dat reeds in aanmerking komt voor een subsidie op grond van VIPP fase 1 zijn ook uitgezonderd van de subsidieregeling in dit beleidskader.
Voor de overige instellingen voor medisch specialistische zorg vergt het een behoorlijke inspanning om medische informatie en medicatiegegevens op een veilige manier en gestandaardiseerd te ontsluiten. Om deze inspanning te kunnen realiseren, moeten deze instellingen diverse activiteiten uitvoeren. Afhankelijk van de soort en de grootte van de overige instelling van medisch specialistische zorg kan de omvang van de benodigde activiteiten en de daarbij horende te maken kosten verschillen (zie verder hoofdstuk 2, onder E). Om die reden is in de categorie overige instellingen voor medisch specialistische zorg een onderverdeling gemaakt in soorten instellingen. Doel van de onderverdeling is dat de instellingen een subsidie kunnen aanvragen die een goede stimulans is voor de eigen veranderopgave, waarbij er geen risico is op overcompensatie.
Voor de onderverdeling van de overige instellingen voor medisch specialistische zorg is zoveel mogelijk aangesloten bij de indeling zoals die ten tijde van de Wet ziekenhuisvoorzieningen (WZV) en het Besluit aanwijzing inrichtingen WZV nog werd gehanteerd. Te weten categorale instellingen en zelfstandige behandelcentra (Stb. 2005, 575 p. 12/13). Onder categorale instellingen vallen:
− categorale ziekenhuizen,
− inrichtingen waarin een enkelvoudig onderzoek- of behandelfunctie wordt uitgeoefend, waaronder dialysecentra en radiotherapeutische centra,
− klinische revalidatie-instellingen,
− centra voor epileptici,
− brandwondencentra
5 Brandwondencentra zijn onderdeel van ziekenhuizen en vallen daarmee onder VIPP1.
en
− astmacentra.
Voor de precieze indeling in categorieën is vervolgens gekeken naar complexiteitscriteria (peildatum 1 januari 2017), zoals aantal locaties, aantal specialismen, aantal behandelingen/typen patiënten, in hoeverre spoedzorg wordt geleverd, aantal patiënten, of er volwassenen en kinderen worden behandeld en de DBC-omzet 2016
6 Het gaat om de DBC-omzet die is opgenomen in de met gebruikmaking van het model-jaardocument opgestelde jaarrekening 2016, die is goedgekeurd door de accountant.
(in geld).
Dit heeft geleid tot de volgende onderverdeling van de overige instellingen voor medisch specialistische zorg in deze subsidieregeling:
− dialysecentrum,
− epilepsiecentrum,
− radiotherapeutisch centrum,
− klinische revalidatie-instelling
7 Peildatum voor de indeling klinische revalidatie-instelling is 1 januari 2017.
, en
− de restcategorie. Onder deze laatste restcategorie vallen zelfstandige behandelcentra, centra voor niet klinische revalidatie en categorale ziekenhuizen. De restcategorie is onderverdeeld in:
○ grote instellingen: met een omzet meer dan € 70 mln. De instelling is redelijk vergelijkbaar met ziekenhuizen maar levert veelal zorg aan een beperktere doelgroep of beschikt over een beperkter aantal specialismen. In de regel levert de instelling zowel klinische als poliklinische zorg.
○ middelgrote instellingen: omzet ligt tussen € 20 en € 70 mln. De instelling levert veelal zorg aan een zeer specifieke/ homogene doelgroep en beschikt over één of een beperkt aantal specialismen. Vaak wordt ook klinische zorg geleverd.
○ kleine instellingen: omzet ligt tussen € 500.000 en € 20 mln. De instelling levert in de regel alleen poliklinische zorg, vaak vanuit één specialisme of beperkt tot een specifieke doelgroep.
Instellingen die onder deze restcategorie vallen maar een omzet verzekerde zorg van minder dan € 500.000 hebben (peildatum 2016), komen niet in aanmerking voor een subsidie.
De overige instellingen voor medisch specialistische zorg kunnen een subsidie aanvragen voor de uitvoering van de activiteiten in het VIPP fase 2-programma. Dit programma bevat twee hoofdonderdelen: het Programma patiënt en informatie en het Programma patiënt en medicatie. Het VIPP fase 2-programma heeft tot doel (of leidt er toe) dat een patiënt toegang krijgt tot zijn eigen (digitale) medische informatie en daarmee tot gebruik van de mogelijkheden van app’s en internet voor de zorg voor zichzelf. Hij heeft dan inzicht in zijn eigen gezondheid door zelfmeetgegevens én de gegevens uit de medische dossiers van de professional. Doordat deze basisgegevens dan onderling in verbinding staan en gebruik maken van dezelfde standaarden, heeft de patiënt (en de behandelaren die hij de toestemming geeft deze informatie in te zien) een goed overzicht van zijn eigen gezondheidstoestand. Dit sluit aan bij mijn beleid om de patiënt echt meer regie te geven.
De genoemde twee hoofdonderdelen bevatten vervolgens verschillende modules.
Instellingen voor medisch specialistische zorg kunnen kiezen voor welke onderdelen van het VIPP fase 2-programma en voor welke modules daarvan zij subsidie willen aanvragen.
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregels subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 2
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 19-10-2019
- BWB-id
- BWBR0039835
- Versie
- 2019-10-19_0