Afstemming politie in handhavingsarrangement (deel 1) Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar
De handhavingspraktijk is weerbarstig waarbij de risico's niet altijd voorzienbaar zijn. Eenvoudige situaties kunnen immers op elk moment van de dag en op elke plaats plotseling escaleren tot verschillende vormen van ordeverstoringen. Escalatie van een situatie verloopt doorgaans via een proces waarin verschillende fases en factoren zijn te onderscheiden. Door het vroegtijdig signaleren en herkennen van deze fases en factoren, en daarnaar te handelen, kan worden voorkomen dat boa’s tijdens de uitvoering van hun handhavingstaken alsnog in risicovolle situaties belanden. Het is daarbij belangrijk dat er goede afstemming is tussen politie en boa’s over het moment en de wijze waarop boa’s terugtreden. Dergelijke afspraken over de inzet van boa’s worden vastgelegd in het handhavingsarrangement.
Hieronder is een richtinggevend handelingsperspectief in de vorm van een escalatieladder opgenomen.
FASE | BESCHRIJVING EN VOORBEELDEN
Fase Groen: Normaal maatschappelijk verkeer | Met ‘normaal maatschappelijk verkeer’ wordt de manier bedoeld waarop mensen in het dagelijks leven met elkaar omgaan. In deze situatie kunnen reguliere handhavingstaken die vallen onder de taak en bevoegdheid van de domein I boa worden uitgevoerd.
Boa’s volledig inzetbaar op reguliere handhavingstaken die vallen onder de taak en bevoegdheid van de domein I boa. | Voorbeeld: Boa’s spreken burgers aan als zij een overtreding begaan en geven indien nodig een bekeuring. Denk bijvoorbeeld aan het handhaven op veelvoorkomende overlastfeiten als hinderlijk gedrag van hangjongeren, verkeerd aanbieden van huisvuil, parkeerovertredingen en het niet opruimen van hondenpoep. Daarnaast worden boa’s ingezet voor toezicht en handhaving in uitgaansgebieden. Zij voeren controles uit in het kader van de Alcoholwet en lokale verordeningen en houden toezicht op de leefbaarheid en overlast, zoals wildplassen en het in het openbaar nuttigen van alcohol. Hierbij kan de burger mogelijk weerstand vertonen. Voor de boa is het van belang om de-escalerend te handelen, geuite frustratie professioneel op te kunnen vangen, daar een redelijke discussie over te kunnen voeren en waar nodig ook de grens te stellen.
Fase Geel: Lichte maatschappelijke spanning Boa’s schakelen juiste hulpdiensten in en nemen eerste maatregelen om erger te voorkomen. | Lichte spanning kan ontstaan na een incident of een opeenstapeling van kleinere incidenten die kunnen leiden tot discussies, onvrede of onveiligheidsgevoelens. De situatie heeft niet alleen impact op het individu, maar ook op de omgeving. In deze situatie zal de inzet van boa’s zijn gericht op het voorkomen van escalatie. De boa neemt maatregelen om erger te voorkomen en zal tijdens gesprekken moeten ingaan op de argumenten van de burger om te laten merken dat de burger gehoord, begrepen en serieus genomen wordt in zijn reactie.
Voorbeeld: Een ongeval, een brand of een opstootje tijdens een horecanacht zijn voorbeelden van incidenten waardoor het normale maatschappelijke verkeer kan worden verstoord. Aangezien boa’s zich in de openbare ruimte begeven, kunnen zij hiermee onverwacht worden geconfronteerd. Hoewel de afhandeling van dergelijke incidenten niet direct binnen het takenpakket van de boa valt, mag van een boa worden verwacht dat hij in dergelijke situaties de juiste hulpdiensten inschakelt en de eerste maatregelen neemt om erger te voorkomen. Ook kunnen boa’s worden geconfronteerd met een winkeldiefstal of fietsendiefstal op heterdaad. Boa’s kunnen in die situatie niet de hoedanigheid van opsporingsambtenaar aannemen en geen gebruik maken van eventueel toegekende politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen. Wel kunnen zij – indien de situatie dit qua veiligheid toelaat – een zogenaamde burgeraanhouding verrichten en de verdachte overdragen aan de politie.
Fase Oranje: Verhoogde spanning, maatschappelijke onrust. Gevaarzetting neemt toe. Boa’s moeten geen handhavingstaken verrichten in een situatie van verhoogde spanning. | Bij verhoogde spanning is er daadwerkelijk sprake van verandering in het handelen van mensen. De emotie neemt toe waarbij gesprekken, discussies en gevoelens van onvrede overgaan naar frustratie of woede. Het risico op geweld neemt toe. In deze situatie kan het uitvoeren van reguliere handhavingstaken door boa’s juist een escalerend effect hebben. Daarom wordt voorafgaand aan de inzet van boa’s een zorgvuldige risico-inschatting gemaakt en boa’s worden niet ingezet bij te verwachten verhoogde spanning en maatschappelijke onrust zonder dat er duidelijke afspraken met de politie zijn gemaakt over de taak en rol van de boa en het moment en de wijze waarop boa’s terugtreden. Voorbeeld: Situaties met verhoogde spanning kunnen zich bijvoorbeeld voordoen door het tijdstip (bijv. ’s nachts), de locatie (bijv. een uitgaansgebied) of een gelegenheid (bijv. een specifieke voetbalwedstrijd, gevoelige demonstratie). Dit kan per gemeente en locatie verschillen. Risico op escalatie binnen het uitgaansleven: Door een mishandeling, openlijke geweldpleging of opeenstapeling van dergelijke feiten kan de sfeer tijdens uitgaansavonden plotseling omslaan. Er heerst een grimmige sfeer op straat en de agressiviteit neemt toe. Een te dominante aanwezigheid van boa’s en/of politie kan in deze situatie een bron van spanning zijn waardoor de situatie juist sneller kan escaleren. Het is daarom ongewenst dat boa’s in deze situatie reguliere handhavingstaken verrichten. De politie gaat zich prepareren op het handhaven van de openbare orde. Politieagenten en/of hondengeleiders uit naastgelegen gebieden worden in deze situatie in nabijheid op de achtergrond beschikbaar gehouden zodat zij indien nodig direct kunnen opschalen. Dit is ook het moment dat boa’s zich uit de openbare ruimte dienen terug te trekken. Ook wanneer het bekend is dat in een specifiek uitgaansgebied er rond sluitingstijd op straat regelmatig een agressieve en gewelddadige setting is, zal de inzet van boa’s op die plaats en dat tijdstip gezien de verwachte verhoogde maatschappelijke spanning moeten worden uitgesloten. Daarom moeten er vooraf goede afspraken met de politie gemaakt worden over het moment dat verhoogde spanning ontstaat en de inzet van de politie zich gaat richten op het handhaven van de openbare orde. Het moet dan duidelijk zijn wanneer de boa’s terugtreden en de politie aan zet is.
Fase Rood: Verstoring openbare orde Boa’s worden niet ingezet als voorzienbaar is dat verstoringen van de openbare orde zich zullen gaan voordoen. | Boa’s worden niet ingezet als voorzienbaar is dat verstoringen van de openbare orde zich zullen gaan voordoen. Er is sprake van verstoring van de openbare orde wanneer na (relatief kleine) incidenten een groter aantal mensen agressief of gewelddadig gedrag vertoont waarbij mogelijk sprake is van een verdeling in twee of meer partijen, een onderverdeling in ‘wij’ versus ‘zij’. Er is sprake van solidarisering en onderlinge steunverlening waarbij de groep veiligheid en anonimiteit biedt, zodat de risico’s van bijvoorbeeld gewelddadig gedrag aanzienlijk kunnen verminderen. Het risico op ernstige gewelddadigheden neemt toe waardoor het maatschappelijk verkeer, de veiligheid of rechten van anderen dreigen te worden aangetast. In deze situaties weegt het herstellen van de orde zwaarder dan het opsporingsbelang. Het bestrijden van verstoring van de openbare orde is wettelijk opgedragen aan de politie – op basis van artikel 3 Politiewet 2012, artikel 12 Politiewet 2012 en artikel 172, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet – en wordt onder het gezag van de burgemeester uitgevoerd. Op basis van deze taakstelling kan de politie verregaande bevoegdheden inclusief geweld aanwenden om wanordelijkheden te beteugelen.
- Regeling
- Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 01-09-2026
- BWB-id
- BWBR0039766
- Versie
- 2026-09-01_0