wetzoeker

Rol van de toezichthouder Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar

In het BBO zijn regels gegeven over onder andere het toezicht op boa’s. Voor het dagelijks functioneren van de boa is de werkgever verantwoordelijk. De toezichthouder ziet er op toe dat de boa zijn taak bij de opsporing van strafbare feiten naar behoren vervult en op een juiste wijze gebruik maakt van zijn bevoegdheden. De direct toezichthouder oefent het dagelijks toezicht uit op de juiste uitoefening van de bevoegdheden.

Als er een klacht wordt ingediend over een boa, moet bij de behandeling van de klacht ook rekening worden gehouden met artikel 42 BBO. Indien een klacht betrekking heeft op de uitoefening van bevoegdheden als boa, dan verplicht artikel 42, eerste lid, BBO de werkgever om direct een afschrift van de klacht aan de toezichthouder en de direct toezichthouder te zenden.

Ten aanzien van de routering van de klachten gelden de volgende uitgangspunten. De direct toezichthouder maakt, eventueel na overleg met de toezichthouder, de afweging of een oordeel van de direct toezichthouder of toezichthouder over de klacht gewenst is. Bejegeningsklachten worden afgedaan door de werkgever in overleg met de direct toezichthouder. Indien de klacht anderszins valt onder het dagelijks toezicht op de juiste uitoefening van bevoegdheden van de boa doet de direct toezichthouder de klacht af. De toezichthouder geeft een oordeel als de klacht de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van de bevoegdheden als boa raakt. Bij de uitoefening van bevoegdheden als boa gaat het om de uitoefening van bevoegdheden in het kader van de opsporing van strafbare feiten, dat wil zeggen de feiten tot de opsporing waarvoor een boa beëdigd is. Verder is het aan de toezichthouder om te beslissen over de vraag of het opportuun is om tot vervolging over te gaan.

Bij de bevoegdheden kan onder meer worden gedacht aan de bevoegdheden als bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en de eventuele toegekende bevoegdheid tot het gebruik van (een) geweldmiddel(en).

Op grond van artikel 42, tweede lid, van het BBO moet de werkgever bij de afhandeling van de klacht het oordeel van de toezichthouder over de rechtmatigheid en behoorlijkheid van de uitoefening van bevoegdheden in acht nemen. Deze bepaling betekent in het licht van hoofdstuk 9 van de Awb dat de werkgever dit oordeel moet laten meewegen bij zijn uiteindelijke oordeel over de klacht.

Regeling
Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0039766
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl