wetzoeker

Het gebruik van uitrustingsstukken Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar

Op het moment dat er wijzigingen plaatsvinden in de uitrustingsstukken van de politie dan gelden deze wijzigingen tevens voor de boa’s voor zover zij daarover de beschikking hebben. Op het moment dat er wijzigingen plaatsvinden in de bewapening en munitie die door de politie wordt gebruikt, dan wordt door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s de afweging gemaakt of deze wijzigingen ook voor de boa’s moeten gelden. Op deze wijze wordt zowel zoveel mogelijk eenduidigheid in bewapening en uitrustingsstukken als zorgvuldige besluitvorming nagestreefd.

Ten aanzien van de boa’s werkzaam in domein VI, tevens zijnde ambtenaren van politie (politieboa's), is voor wat betreft het toekennen van bewapening niet de Rwm van toepassing, maar het Besluit bewapening en uitrusting politie. Het toekennen van de korte wapenstok, pepperspray en vuurwapen aan politieboa's geschiedt door de Minister van Justitie en Veiligheid (art. 6, eerste lid, van het Besluit bewapening en uitrusting politie) en valt daarmee buiten de reikwijdte van deze beleidsregels. Voor de toekenning van handboeien is eveneens het Besluit bewapening en uitrusting politie van toepassing (art.6, zesde lid onder a).

Regeling
Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0039766
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl