4.3.1 Kwaliteitsaspect 1: Aanbod Besluit intrekking toezichtkaders onder vaststelling van beleidsregels Onderzoekskaders NBO PO 2017 en NBO VO 2017
Onderzoekscriterium 1:
Het aanbod bereidt de leerlingen voor op het vervolgonderwijs en de samenleving.*
De beoordeling of het aanbod leerlingen voorbereidt op voortgezet vervolgonderwijs vindt plaats aan de hand van vijf subcriteria:
1.1 Het aanbod in de eerste twee leerjaren is dekkend voor de kerndoelen van de onderbouw;*
1.2 Het aanbod in de eerste twee leerjaren is eveneens gericht op het verwerven van kennis, inzicht en vaardigheden van één of meer andere vreemde talen dan Engelse taal, en de keuze van die talen is afgestemd op het niveau van het vervolgonderwijs aansluitend aan de kerndoelen dat van de leerling mag worden verwacht;*
1.3 Het aanbod na de eerste twee leerjaren stelt leerlingen in staat hun onderwijsloopbaan voort te zetten op een niveau dat van de leerling verwacht mag worden;*
1.4 De school neemt de referentieniveaus voor Nederlandse taal en rekenen als uitgangspunt;
1.5 De leerbronnen dragen aantoonbaar bij aan de bevordering van sociale integratie en burgerschap en de kennis over en kennismaking met de verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.*
Toelichting
Het bevoegd gezag moet kunnen waarborgen dat leerlingen een onderwijsprogramma kunnen volgen dat hen voorbereidt op vervolgonderwijs dat bij hen past (artikel 1a1, eerste lid, onder b, Leerplichtwet 1969). De verworven kennis en vaardigheden moeten dan ook voldoende zijn om naar behoren in dit vervolgonderwijs te kunnen functioneren. Dit geldt in het bijzonder voor de basiscompetenties taalvaardigheid (lezen en schrijven) en rekenvaardigheid.
Om een doorgaande leerlijn te kunnen waarborgen (artikel 2, tweede lid, WVO) moet het onderwijsprogramma in de eerste twee leerjaren dekkend zijn voor de kerndoelen (artikel 11b WVO). Dit laatste betreft subcriterium 1.1.
Scholen hebben de ruimte om in de onderwijspraktijk verschillende wegen te bewandelen om zoveel mogelijk leerlingen in aanraking te laten komen met de kerndoelen zodat leerlingen de mogelijkheid hebben een diploma te halen op het niveau dat zij aankunnen (artikel 1a1, eerste lid, onder b, Leerplichtwet 1969).Voor leerlingen die een diploma op niveau van het vwo, de havo en het vmbo-t aankunnen, moet het onderwijs daarom minimaal een moderne vreemde taal naast Engels bevatten, zodat alle profielkeuzes voor hun mogelijk blijven. Voor de onderbouwleerjaren die uitzicht bieden op doorstroming naar het vwo-gymnasium geldt als aanvullende eis dat het onderwijsprogramma ook onderwijs in Latijn of Grieks dient te bevatten (subcriterium 1.2).
Zoals gezegd dient het onderwijs gedurende de hele schooltijd te worden aangeboden op een niveau dat maakt dat de leerling vervolgonderwijs kan volgen op het niveau dat bij hem/haar past (artikel 2, tweede lid, WVO en artikel 1a1, eerste lid, onder b, Leerplichtwet 1969). De school verantwoordt in alle gevallen aan de inspectie hoe het zorgdraagt voor een omgeving waarin kinderen optimale uitdagingen kunnen aangaan en activiteiten kunnen ondernemen die aansluiten bij hun capaciteiten en waarin hun vaardigheden en capaciteiten steeds verder kunnen uitbreiden. De school verantwoordt vervolgens dat het te realiseren en gerealiseerde aanbod in de bovenbouw aansluit op het uitstroomniveau dat door de betrokken leerling wordt nagestreefd (subcriterium 1.3).
De referentieniveaus zijn een goed hulpmiddel. Waar de kerndoelen zien op de onderwerpen die het aanbod moet bevatten, gaan de referentieniveaus over het niveau van taal en rekenen dat een leerling moet bereiken aan het einde van de schoolperiode, afhankelijk van het uitstroomniveau. Van de school verwachten we dat er is nagedacht over de te bereiken referentieniveaus, en of het aanbod hiertoe leidt (subcriterium 1.4 – stimulerend).
Leerlingen groeien op in een pluriforme samenleving. Daarom is het onderwijs gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, en op kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.
Het aanbod draagt bij aan de basiswaarden van de democratische rechtsstaat (art. 17 WVO). Daarom dienen de uitingen van leraren in lijn te zijn met de democratische rechtsstaat, en dient te worden ingegrepen als de uitingen van leerlingen daarmee in strijd zijn (subcriterium 1.5).
De inspectie bekijkt de kwaliteit van het aanbod op een wijze die past bij de eigen opvattingen van het bevoegd gezag over ‘onderwijzen en leren’. Uitgangspunt is dat aantoonbaar gewaarborgd is dat het door de wetgever bedoelde onderwijsaanbod daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
De inspectie sluit in haar werkwijze in eerste aanleg aan bij de keuze van het bevoegd gezag. Belangrijke bronnen die de inspectie ter verificatie gebruikt zijn: analyse van leermaterialen en leerlijnen, logboeken van en gesprekken met leraren, gesprekken met leerlingen, leerlingenwerk en analyse van resultaten van leerlingen op het gebied van Nederlandse taal en rekenen en wiskunde.
Daar waar nodig zal de inspectie vragen stellen als: op welke wijze is het aanbod geordend, waar ligt dit vast, hoe verhoudt dit aanbod zich tot de kerndoelen, is er een analyse van het aanbod, hoe wordt op basis van de analyse gewaarborgd dat leerlingen kennis maken met alle onderdelen van het aanbod, zijn er minimumdoelen die alle leerlingen moeten bereiken, wie bewaakt het individuele leerproces van de leerling en op welke manier gebeurt dat, welke bijdrage wil de school leveren aan de bevordering van burgerschap en de integratie van leerlingen in de samenleving en hoe geeft de school daaraan invulling?
- Regeling
- Besluit intrekking toezichtkaders onder vaststelling van beleidsregels Onderzoekskaders NBO PO 2017 en NBO VO 2017
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-08-2017
- BWB-id
- BWBR0039762
- Versie
- 2017-08-01_0