4.3.9 — Aspect 9: Overige aspecten van naleving Besluit intrekking toezichtkaders onder vaststelling van beleidsregels Onderzoekskaders NBO PO 2017 en NBO VO 2017
Aspect 9: Overige aspecten van naleving
De school voldoet aan een aantal wettelijke eisen*
Subcriteria:
9.1 De school zorgt voor bevoegde leraren die in het bezit zijn van een Verklaring omtrent het gedrag (VOG);*
9.2 De school is een dagschool;*
9.3 Het onderwijs wordt in het Nederlands gegeven;*
9.4 De school heeft een schoolplan waarin het beleid ten aanzien van burgerschapsonderwijs is opgenomen;*
9.5 De school heeft een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling die aan de eisen voldoet;*
9.6 De school meldt de in- en uitschrijving en verwijdering van leerlingen en ongeoorloofd verzuim van meer dan 16 uur per vier weken aan de gemeente.*
Toelichting
Het onderwijs moet worden gegeven door bevoegde leraren (artikel 2a WVO). Dat betekent dat zij een lesbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs moeten hebben voor het vak waarin zij lesgeven en een verklaring omtrent het gedrag. Ook mogen zij niet door de rechter van het geven van onderwijs zijn uitgesloten (subcriterium 9.1).
Een dagschool is een school waar het onderwijs overdag plaatsvindt (artikel 1, onder b, 3°, Leerplichtwet 1969) (subcriterium 9.2).
Op de school wordt in het Nederlands les gegeven (artikel 6a WVO). Als de herkomst van de leerlingen of de aard, de kwaliteit of de inrichting van het onderwijs daartoe noodzaakt kan ook een andere taal gehanteerd worden. De school dient de noodzaak aan te tonen en een gedragscode voor het gebruik van die taal vast te stellen (subcriterium 9.3),
Het schoolplan van een niet bekostigde school moet ten minste een beschrijving bevatten van het beleid, als bedoeld in artikel 17 WVO, dat stelt dat het onderwijs:
a. er mede vanuit gaat dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving,
b. mede gericht is op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, en
c. er mede op gericht is dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten (artikel 1a1, eerste lid, onder b, Leerplichtwet 1969). Dit betreft subcriterium 9.4.
In artikel 3a van de WVO is bepaald dat een school een meldcode moet hebben waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden aangeboden.
Deze meldcode moet een stappenplan bevatten, waarin de volgende stappen zijn opgenomen: het in kaart brengen van de signalen; collegiale consultatie en het zo nodig raadplegen van het steunpunt huiselijk geweld, het advies- en meldpunt kindermishandeling of een deskundige op het gebied van letselduiding; een gesprek met het kind; het wegen van het risico op en de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling en bij twijfel altijd raadplegen van het steunpunt huiselijk geweld of het advies- en meldpunt kindermishandeling, en de beslissing over zelf hulp bieden of hulp organiseren dan wel het doen van een melding.
Daarnaast moet de meldcode te toedeling van verantwoordelijkheden en de vertrouwelijkheid regelen (subcriterium 9.5).
Op grond van artikel 18 van de Leerplichtwet 1969 moet het schoolhoofd de gemeente binnen zeven dagen op de hoogte stellen van de in- en uitschrijving van leerlingen. Een besluit tot verwijdering moet terstond worden gemeld. Op grond van artikel 21 van de Leerplichtwet 1969 moet het schoolhoofd een ongeoorloofd verzuim van meer dan 16 uur gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken onverwijld aan de gemeente melden (subcriterium 9.6).
- Regeling
- Besluit intrekking toezichtkaders onder vaststelling van beleidsregels Onderzoekskaders NBO PO 2017 en NBO VO 2017
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-08-2017
- BWB-id
- BWBR0039762
- Versie
- 2017-08-01_0