wetzoeker

3.2.2 — Het kwaliteitsonderzoek Besluit intrekking toezichtkaders onder vaststelling van beleidsregels Onderzoekskaders NBO PO 2017 en NBO VO 2017

Het kwaliteitsonderzoek

De inspectie beoordeelt de kwaliteit van het onderwijs op B3-scholen door

− onderzoek te doen aan de hand van de bij of krachtens de WVO gegeven voorschriften die (mede) van toepassing zijn op het niet uit de openbare kas bekostigd onderwijs,

− onderzoek te doen aan de hand van de criteria die de Leerplichtwet 1969 stelt aan scholen als bedoeld in artikel 1, onder b 3°, van die wet.

Ook stimuleert de inspectie de kwaliteit van het onderwijs op B3-scholen door aan de hand van de andere aspecten van kwaliteit die genoemd zijn in dit onderzoekskader het gesprek aan te gaan over de onderwijskwaliteit en mee te denken over verbetermogelijkheden.

Dit onderzoek vindt plaats met behulp van een beperkte set onderzoekscriteria. Deze onderzoekscriteria leiden tot een oordeel over de naleving van de wettelijke verplichtingen, maar laten niettemin ruimte voor de wijze waarop de school het onderwijs inricht. Zo geven de onderzoekscriteria antwoord op de vraag of de school met de wijze waarop zij haar onderwijs inricht voldoende tegemoet komt aan de eis uit de Leerplichtwet 1969 dat de inrichting dient overeen te stemmen met de criteria die zijn ontleend aan de in die wet genoemde bepalingen uit de WVO en met een in de Leerplichtwet 1969 genoemd aanvullend criterium dat is geformuleerd op de voet van een bepaling uit de WVO.

De onderzoekscriteria die de inspectie hanteert, zijn als volgt geformuleerd:

1. Het aanbod bereidt de leerlingen voor op het vervolgonderwijs en de samenleving (artikel 1a1, eerste lid, onder b, Leerplichtwet 1969, artikel 2 tweede lid, artikel 11b en artikel 17 WVO en de bijlage bij het Besluit kerndoelen onderbouw VO)

2. De leerlingen krijgen voldoende tijd om zich voor te bereiden op passend vervolgonderwijs (artikel 2, tweede lid, WVO en artikel 1a1, eerste lid, onder b, Leerplichtwet 1969)

3. Het schoolklimaat leidt tot een leeromgeving die volgens maatschappelijk breed gedragen uitgangspunten veilig en motiverend is (artikel 3b WVO)

4. Het pedagogisch-didactisch handelen van de leraren stelt leerlingen in staat tot leren en ontwikkelen (artikel 2, tweede lid, WVO)

5. De school volgt de ontwikkeling van haar leerlingen zodanig dat zij een ononderbroken ontwikkeling kunnen doorlopen (artikel 2, tweede lid, WVO)

6. De leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften krijgen passende ondersteuning en begeleiding (artikel 2, tweede lid WVO en artikel 1a1, eerste lid, onder b, Leerplichtwet 1969)

7. De resultaten van de leerlingen liggen ten minste op het niveau dat mag worden verwacht (artikel 1a1, eerste lid, onder b, Leerplichtwet 1969)

8. De school zorgt voor het behoud of verbetering van de kwaliteit van haar onderwijs (artikel 23a, eerste volzin, WVO)

9. De school voldoet aan een aantal wettelijke eisen (artikel 3a, 6a, 17 WVO, artikel 1, sub b, onder 3, artikel 1a1, eerste lid, onder b, artikel 18 en artikel 21 Leerplichtwet 1969)

Om tot een oordeel te kunnen komen op basis van deze onderzoekscriteria, zijn daar waar nodig per kwaliteitsaspect één of meer subcriteria geformuleerd.

Het kwaliteitsonderzoek eindigt met een inspectierapport waarin de conclusie voor wat betreft de naleving van wettelijke eisen en de kwaliteit van het onderwijs wordt onderbouwd.

Regeling
Besluit intrekking toezichtkaders onder vaststelling van beleidsregels Onderzoekskaders NBO PO 2017 en NBO VO 2017
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-2017
BWB-id
BWBR0039762
Versie
2017-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl