wetzoeker

3.1 — De toezichtsystematiek Besluit intrekking toezichtkaders onder vaststelling van beleidsregels Onderzoekskaders NBO PO 2017 en NBO VO 2017

De toezichtsystematiek

Het advies

De Leerplichtwet 1969 stelt dat het college van B&W bij zijn oordeel of een onderwijsvoorziening een school is waar de leerplicht vervuld mag worden, een door de inspectie ter zake gegeven advies moet volgen. Dit advies geeft antwoord op de vraag of de school voldoet aan de wettelijke eisen waar een niet-bekostigde school aan moet voldoen.

Het uitbrengen van een advies door de inspectie is aan de orde zodra de Minister op grond van artikel 5 van de WPO kennis heeft gekregen van de oprichting van een particuliere school. In die wetsartikelen is bepaald dat het bevoegd gezag binnen vier weken na de oprichting van een particuliere school daarvan kennis moet geven aan de Minister onder overlegging van de statuten van de rechtspersoon die de school in stand houdt, en van de reglementen. Na ontvangst van de kennisgeving stelt de Minister de inspectie op de hoogte en bezoekt de inspectie, na aankondiging vooraf, de school voor het uitbrengen van het advies over of de school voldoet aan de wettelijke vereisten. Voorafgaand aan het adviesbezoek brengt de inspectie, indien gewenst, een kennismakingsbezoek aan de school.

De inspectie baseert haar advies op door de school beschikbaar gestelde documenten en op eigen waarneming van de onderwijsleersituatie. Daarom is het nodig dat er leerlingen aanwezig zijn van alle gegeven onderwijssoorten (primair onderwijs en/of voortgezet onderwijs). Het advies beperkt zich nadrukkelijk tot die aspecten van het onderwijs die ingevolge artikel 1a1, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969 als wettelijke verplichting gelden. Dat zijn alle onderzoekscriteria met een asterisk in de inhoudsopgave van het waarderingskader. De inspectie moet deze vragen positief beoordelen om tot het advies te komen dat sprake is van een school waar de leerplicht vervuld kan worden. Daarbij is, anders dan bij een kwaliteitsonderzoek, geen sprake van een hersteltermijn als een onderzoekscriterium negatief beoordeeld wordt.

Het inspectieadvies is een zelfstandig document dat niet de status heeft van een inspectierapport als bedoeld in artikel 20 van de WOT. Het advies kan positief of negatief zijn.

De inspectie geeft, alvorens het advies vast te stellen, degene die de school in stand houdt of daarvoor verantwoordelijk is de gelegenheid van het ontwerp-advies kennis te nemen en daarop een zienswijze te geven. Het overleg over het ontwerp-advies kan leiden tot bijstelling van het advies of tot vermelding van de zienswijze in een bijlage bij het advies. Totdat er een definitief advies is uitgebracht door de inspectie zal de leerplichtambtenaar niet handhavend optreden tegen (de ouders van) de leerlingen die bij de school zijn aangemeld.

De adviezen hebben het karakter van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Belanghebbenden kunnen daartegen bezwaar aantekenen bij de inspecteur-generaal van het onderwijs. Eventueel bezwaar schorst de werking van het besluit waartegen het is gericht niet op. De leerplichtambtenaar kan zijn oordeel dat niet wordt voldaan aan de leerplicht, omdat een leerplichtig kind op een school zit die geen school in de zin van de Leerplichtwet 1969 is, dus ook baseren op een inspectieadvies waartegen bezwaar is aangetekend. Het advies wordt gepubliceerd op de website van de inspectie.

Regeling
Besluit intrekking toezichtkaders onder vaststelling van beleidsregels Onderzoekskaders NBO PO 2017 en NBO VO 2017
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-2017
BWB-id
BWBR0039762
Versie
2017-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl