wetzoeker

Instellingsbesluit Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 27 juni 2017, nr. WJZ/17054933, tot instelling van de Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen (Instellingsbesluit Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2017
Rechtsgebied
Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0039699
Versie
2017-07-01_0
SHA-256 bron
7e75ebe3479e717920d176750f4d166b3c08ddd373de5f48cc4a8f670f5c6429

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

– commissie: de Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen;

– de minister: de Minister van Economische Zaken.

Artikel 2

1 Er is een Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen.

2 De commissie heeft tot taak:

a. het desgevraagd adviseren van de minister over de mate waarin een certificatieschema of een deel daarvan de duurzaamheidseisen van vaste biomassa borgt;

b. het toetsen van certificatieschema’s aan de geldende beheerseisen en duurzaamheidseisen voor vaste biomassa zoals vastgelegd op grond van de Wet Milieubeheer, ten behoeve van het adviseren, bedoeld onder a;

c. het vaststellen en beheren van het protocol voor de toetsing van certificatieschema’s aan de geldende eisen;

d. het desgevraagd adviseren van de minister over de gevolgen van gesignaleerde onregelmatigheden in de toepassing van goedgekeurde certificatieschema’s.

Artikel 3

1 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden.

2 De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd voor een termijn van vier jaar en kunnen worden herbenoemd. De voorzitter en de andere leden kunnen door de minister worden geschorst en ontslagen.

3 De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.

4 De commissie kan zich laten bijstaan door een of meer gastdeskundigen.

Artikel 4

1 De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.

2 De minister voorziet in het secretariaat van de commissie.

3 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat ministerie.

4 De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 5

1 Aan de voorzitter wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor wordt jaarlijks vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant.

2 Aan de andere leden wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 16, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor wordt jaarlijks vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant.

3 Een gastdeskundige ontvangt een vergoeding per vergadering van € 275.

Artikel 6

Ter gelegenheid van de instelling van de commissie worden voor een periode van vier jaar tot lid van de commissie benoemd:

a. de heer prof. dr.ir. H.H. de Iongh, te Wageningen, tevens voorzitter;

b. de heer ir. A.J.F. Brinkmann, te Hoevelaken;

c. de heer prof.dr.ir. G.J.M.M. Nabuurs, te Overloon;

d. de heer ir. L. Pelkmans, te Mol (België);

e. mevrouw dr. A. Voss, te Delft.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2017.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen.