wetzoeker

Artikel 4 — Boetes Regeling monomestvergisting 2017

Boetes

[1. Indien de Ondernemer de productie-installatie, bedoeld in de Beschikking niet binnen de in artikel 1 bedoelde periode in gebruik heeft genomen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete een bedrag verschuldigd groot 0,2% van de op grond van de Beschikking maximaal te verstrekken subsidie, enkel door het verloop van die periode en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

/

1. Indien de Ondernemer een of meer productie-installaties van de Beschikkingen ... tot en met ..., niet binnen de bij de desbetreffende beschikkingen van toepassing zijnde en in artikel 1 bedoelde periode in gebruik heeft genomen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete per niet tijdig gerealiseerde productie-installatie een bedrag verschuldigd groot 0,2% van de op grond van de bij de desbetreffende productie-installatie behorende Beschikking maximaal te verstrekken subsidie enkel door het verloop van die periode en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is. ]

[2. Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het tijdig in gebruik nemen van de productie-installatie is de Ondernemer maandelijks een boete van telkens 0,2% van de maximaal op grond van de Beschikking te verstrekken subsidie verschuldigd voor zover hij de productie-installatie op de eerste dag van elke volgende maand niet in gebruik heeft genomen.

/

2. Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het tijdig in gebruik nemen van een of meer productie-installaties is de Ondernemer per niet tijdig gerealiseerde productie-installatie maandelijks een boete verschuldigd groot 0,2% van de op grond van de bij de desbetreffende productie-installatie behorende Beschikking maximaal te verstrekken subsidie, voor zover hij de desbetreffende productie-installatie op de eerste van elke volgende maand niet in gebruik heeft genomen.]

[3. De boetes bedoeld in het eerste en tweede lid, waarvan de som ten hoogste 2% van de maximaal op grond van de Beschikking te verstrekken subsidie bedraagt, zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

/

3. De boetes bedoeld in het eerste en tweede lid, waarvan de som ten hoogste het in artikel 2 bedoelde totaalbedrag bedraagt, zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.]

4. De Ondernemer machtigt bij deze de Staat onherroepelijk tot het innen van de boetes door het inroepen van de bankgarantie voor het bedrag van de boete, telkens wanneer een boete verschuldigd is geworden.

Regeling
Regeling monomestvergisting 2017
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2017
BWB-id
BWBR0039698
Versie
2017-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl