11 — Beoordeling (deel 1) Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Fonds European Partnership for Responsible Minerals)
Beoordeling
11.1 Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van het Fonds EPRM dient een aanvraag te voldoen aan de formele in deze beleidsregels aan aanvragen gestelde vereisten zoals vermeld in paragraaf 10. Indien dat niet het geval is kan de minister met gebruikmaking van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht om herstel van het verzuim verzoeken, dan wel de aanvraag in behandeling nemen zoals deze is ontvangen. De formele eisen zijn, samengevat, de volgende (zie voor het complete overzicht paragraaf 10):
• De aanvragen zijn door RVO.nl ontvangen voor het verstrijken van de vastgestelde deadline;
• De aanvragen zijn volledig, in de zin dat alle in paragraaf 10 genoemde formulieren en bijlagen zijn ingediend en alle velden zijn ingevuld;
• De aanvragen zijn ondertekend op de daarvoor aangewezen plaatsen.
11.2 Drempelcriteria:
I.) Drempelcriteria ten aanzien van de aanvrager en eventuele partners
D.1 Type organisatie
De aanvrager/ penvoerder en eventuele mede-indieners beschikken over rechtspersoonlijkheid en is dan wel zijn een onderneming, een kennisinstelling, een (semi-)overheidsorganisatie of een niet-gouvernementele organisatie.
D.2 Omvang van de organisatie
– De aanvrager/penvoerder heeft minimaal drie werknemers (inclusief directie).
– De gemiddelde jaaromzet van de aanvrager/penvoerder over de laatste drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend, bedraagt ten minste € 200.000.
D.3 Vereisten aan samenwerking
In het geval van een samenwerkingsverband omvat de aanvraag een door alle betrokken alliantieleden getekende samenwerkingsovereenkomst, waarin in ieder geval afspraken zijn neergelegd over (i) de wijze waarop elk van de partijen bijdraagt aan de werkzaamheden van het samenwerkingsverband, (ii) de wijze waarop de besluitvorming in het samenwerkingsverband plaatsvindt, (iii) de wijze waarop de kosten en de risico’s worden gedeeld over de deelnemers en (iv) de wijze waarop de aanvrager naleving van de aan een subsidie verbonden verplichtingen jegens de Minister waarborgt.
D.4 (Gezamenlijke) Ervaring van de (deelnemende) organisatie(s)
De aanvrager, dan wel de penvoerder en mede-indieners gezamenlijk, heeft, dan wel hebben, in de periode 2010-2017 ten minste drie jaar ervaring met het uitvoeren van programma’s op het gebied van due diligence en/of grondstoffenwinning en duurzame ketens.
D.5 Organisatorische capaciteit van de organisatie
De aanvrager/penvoerder is in staat tot een adequaat financieel beheer en kan door ervaringsdeskundigheid met betrekking tot de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een doelgerichte en doelmatige uitvoering van de activiteiten waarborgen.
D.6 Mate van financiële onafhankelijkheid van de organisatie
Gedurende de periode 2012-2017 was ten minste 25% van de totale jaarlijkse inkomsten afkomstig uit bronnen anders dan subsidies en/of bijdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (incl. ambassades). Indien de aanvrager penvoerder is voor een samenwerkingsverband geldt dit criterium voor het hele samenwerkingsverband. Dat wil zeggen dat indien één van de deelnemende organisaties minder dan 25% van de totale jaarlijkse inkomsten uit andere dan BZ-bijdragen verwerft, dit kan worden gecompenseerd door een andere mede-indiener in het samenwerkingsverband.
II.) Drempelcriteria ten aanzien van de activiteiten
D.7 Omvang van de subsidie
De gevraagde subsidie bedraagt ten hoogste € 450.000, waarbij voor ondernemingen geldt dat dit maximum zoveel lager kan zijn als waartoe de de-minimis-verordening genoemd in hoofdstuk 5 noodzaakt.
D.8 Looptijd van de activiteiten
De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd hebben een minimale looptijd van 12 maanden en een maximale looptijd van 36 maanden.
D.9 Start- en einddatum van de activiteiten
De activiteiten starten niet later dan 1 september 2018 en worden afgerond uiterlijk op 1 september 2021.
D.10 Focus op mineraalsoorten
De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd richten zich op of zijn gelinkt aan de verbetering van de condities in en rond mijnbouw van één of meerdere van de 3TG-mineralen (goud, tantalium, tin en wolfraam).
D.11 Van subsidie uitgesloten activiteiten
De activiteiten betreffen in elk geval geen:
• Initiatieven die proselitisme (mede) beogen;
• Financiering van commerciële dienstverlening of commerciële activiteiten;
• Activiteiten waarvoor reeds rechtstreeks een subsidie of bijdrage ten laste van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt ontvangen;
• Activiteiten van een lokale maatschappelijke organisatie waarvoor reeds middellijk ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een bijdrage wordt ontvangen;
• Activiteiten van organisaties die reeds ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een instellingssubsidie ontvangen waarvan de werkingsduur zich uitstrekt tot in het subsidietijdvak waarop de tender waarvoor een aanvraag wordt ingediend betrekking heeft.
11.3 Beoordelingscriteria:
Slechts de aanvragen die voldoen aan de drempelcriteria, worden (nader) inhoudelijk beoordeeld op hun kwaliteit aan de hand van onderstaande beoordelingscriteria door middel van een puntenscore.
a. Beleidsrelevantie:
• De mate waarin de activiteiten en in het bijzonder de probleemstelling zijn afgestemd op een duidelijke contextanalyse waaruit blijkt wat de lokale omstandigheden en behoeftes zijn van mijnwerkers en hun gemeenschappen;
• De mate waarin de activiteiten aansluiten bij de Theory of Change (ToC) van het EPRM
13 www.responsibleminerals.eu
;
• De mate waarin de activiteiten bijdragen aan het vergroten van het aandeel van verantwoordelijk geproduceerde 3TG-mineralen uit conflict- en hoog-risicogebieden in het Grote Meren Gebied
14 Angola, Burundi, CAR, Republiek Congo, DRC, Kenia, Oeganda, Rwanda, Zuid Soedan, Soedan, Tanzania en Zambia
;
• De mate waarin bij de aanvraag actoren zijn betrokken uit de gehele keten (ook wel ‘downstream, midstream en upstream’ actoren genoemd);
• De mate waarin de activiteiten bijdragen aan gender-balance en sensitief zijn voor genderaspecten in de uitvoering van de activiteiten en bijdragen aan vermindering of mitigatie van de negatieve gevolgen van mijnbouwactiviteiten op de leefomgeving van vrouwen;
• De mate waarin de activiteiten vervolg geven aan de geleerde lessen van reeds bestaande projecten en structuren en daarmee de activiteiten toegevoegde waarde geven;
• De mate waarin een brede en effectieve verspreiding van de resultaten van de activiteiten mogelijk is en daarin wordt voorzien met het oog op de bijdrage aan de doelstelling van het EPRM;
b. Kwaliteit van de aanvrager en/of het samenwerkingsverband:
• De mate waarin deskundigheid, betrouwbaarheid, capaciteit tot financieel beheer en stabiliteit van de aanvrager of van de penvoerder en zijn mede-indiener(s) is gewaarborgd;
• De mate waarin de aanvrager, dan wel de penvoerder en mede-indieners gezamenlijk, in de periode 2010-2017 ervaring heeft dan wel hebben opgedaan met het uitvoeren van programma’s op het gebied van due diligence en/of grondstoffenwinning en duurzame ketens;
• De mate waarin de aanvrager/penvoerder en mede-indieners zelf, al dan niet via derden, een bijdrage leveren in de dekking van de kosten van uitvoering van de activiteiten.
c. Technische kwaliteit van projectvoorstel:
• De mate waarin het programma is uitgewerkt in beoogde outputs, outcomes, voorgenomen interventies, activiteiten en middelen en deze zijn voorzien van een helder verband;
• De mate waarin sprake is van adequaat risicomanagement, bestaande uit een adequate risicoanalyse en een adequaat systeem voor monitoring en bijsturing, en indien van toepassing de mate waarin de benodigde middelen zijn gewaarborgd die complementair aan de gevraagde subsidie nodig zijn voor de uitvoering van de activiteiten;
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Fonds European Partnership for Responsible Minerals)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 15-08-2018
- BWB-id
- BWBR0039692
- Versie
- 2018-08-15_0