4.2 — Criteria (deel 1) Call for proposals, Investeringen NWO-groot 2017/2018
Criteria
De aanvragen ingediend in het kader van Investeringen NWO-groot worden beoordeeld aan de hand van de onderstaande criteria. Deze criteria wegen elk voor 33,3% mee in het totaaloordeel.
1. Science en excellence case
a. Het belang voor de wetenschap en de aantrekkingskracht op onderzoekers
Innovatie is mede afhankelijk van wetenschappelijke doorbraken. Investeringen door NWO-groot moeten ertoe leiden dat een grotere kans op wetenschappelijke innovaties en doorbraken op het betreffende onderzoeksterrein ontstaat. Daarom worden de wetenschappelijke kwaliteit, originaliteit en vernieuwendheid van het met de investering uit te voeren onderzoeksprogramma getoetst. Van belang zijn ook de kwaliteit en competentie van de betrokken onderzoekers of het onderzoeksteam en hun internationale positie en samenwerking. Daarnaast wordt de (inter)nationale positionering van de investering gewogen: neemt Nederland op het betreffende terrein een vooraanstaande positie in en wat zijn de internationale ontwikkelingen op dit terrein? Draagt de investering bij tot versterking van de Nederlandse positie op dit terrein?
Geavanceerde onderzoekfaciliteiten zijn essentieel om wetenschappelijk talent naar Nederland te halen of voor Nederland te behouden. De onderzoeksfaciliteit dient daarom voldoende aantrekkingskracht te hebben op (buitenlandse) onderzoekers.
b. Inbedding van de investering
Nationale onderzoeksfaciliteiten moeten goed zijn ingebed in de Nederlandse kennisinfrastructuur. De institutionele inbedding kan onder meer blijken uit betrokkenheid van onderzoeksgroepen binnen Nederland, inbedding van de faciliteit in het Nederlandse onderzoekslandschap en in de (lange termijn) onderzoeksstrategie van de instelling en landelijke coördinatie.
c. Urgentie van de investering voor de Nederlandse wetenschap
Getoetst wordt verder dat de urgentie van de investering voor de Nederlandse wetenschap en voor onderzoek op het desbetreffende terrein overtuigend is beargumenteerd, dat de voorgestelde aanpak doeltreffend is en dat er sprake is van een inhoudelijk samenhangend investeringspakket.
2. Innovation en strategic case
a. Het belang voor de maatschappij en het bedrijfsleven en aansluiting bij maatschappelijke ontwikkelingen
Onderzoeksfaciliteiten zijn ook aantrekkelijk voor het bedrijfsleven en voor innovatieve overheden. Grote onderzoeksfaciliteiten werken als een magneet voor nieuwe kennis en dat schept een uitstekend klimaat voor zowel het kleine als grote bedrijfsleven. Daarom wordt ook de mogelijke uitstraling in termen van valorisatie en ander niet-wetenschappelijk gebruik getoetst vanuit de volgende gezichtspunten:
Potentie voor kennisbenutting
− In welke mate draagt de realisatie van de investering bij tot (technologische) innovatie bij bedrijven of in de maatschappij?
− In welke mate zullen resultaten verkregen met de investering bijdragen aan belangrijke wetenschappelijke, technologische of maatschappelijke ontwikkelingen?
Implementatieplan
− Is er sprake van een doordacht plan van aanpak om opbrengsten die voortvloeien uit het gebruik van de faciliteit ten goede te laten komen aan de potentiële kennisgebruikers?
− Worden er potentiële maatschappelijke en/of industriële kennisgebruikers betrokken bij ontwerp, realisatie en gebruik van de faciliteit en zo ja, hoe gebeurt dit?
− Wat is de verwachte termijn voor mogelijke kennisbenutting?
Indien aanvragers van mening zijn dat kennisbenutting niet van toepassing is, zullen zij dit moeten beargumenteren. De argumentatie zal in samenhang met het voorstel beoordeeld worden.
b. Nationaal belang en internationale uitstraling
De beoordelingscommissie toetst hoe de investering past in de langetermijnplanning van het betreffende wetenschappelijke veld en aanvragende instellingen. Tevens toetst zij het nationaal belang door na te gaan of de investering een (inter)nationaal leidende of unieke faciliteit oplevert, al dan niet op een wetenschappelijk deelgebied. Indien buitenlandse onderzoeksgroepen al een internationaal leidende positie innemen, kunnen er ook andere redenen zijn om een investering te plegen.
Bijvoorbeeld om een noodzakelijk geachte positie in te kunnen nemen en zo het nationale belang te versterken. In het geval van Nederlandse participatie in de bouw, of in een substantiële aanpassing, van een internationale onderzoeksfaciliteit toetst de commissie het belang en de zichtbaarheid van de Nederlandse inbreng in de internationale samenwerking, opzet en kwaliteit van het internationale project waarvan de investering deel gaat uitmaken, en geschiktheid van de vorm en inzet van de Nederlandse bijdrage.
3. Technical, business en management case
a. Technische haalbaarheid
Om aan de technische eisen van een onderzoeksfaciliteit te kunnen voldoen, zijn vaak nieuwe technische oplossingen en technieken nodig, waarbij soms fundamentele uitdagingen moeten worden opgelost. Dit is een kans om de impact te vergroten, maar een belangrijk risico voor de uitvoering. Getoetst wordt dat het technisch mogelijk is de gevraagde faciliteit te bouwen, aan de hand van:
− een passend plan voor de technische uitvoering, inclusief tijdpad met milestones, deliverables en (de rol van) deelnemende partijen;
− een overzicht van welke technische uitdagingen een rol spelen om de gewenste specificaties te halen;
− een overzicht van welke ontwikkelingen nodig zijn om die uitdagingen op te lossen en van welke partijen daarvoor kennis, kunde en capaciteit hebben.
b. ICT-infrastructuur
Grootschalige wetenschappelijke infrastructuur vereist veelal ook geavanceerde ondersteuning met en door ICT-infrastructuur. Zeker daar waar geavanceerde ICT- oplossingen nodig zijn, is het wenselijk deze goed in kaart te brengen en de kosten mee te nemen in de begroting. Aanvragers dienen in hun aanvraag te beschrijven en te kwantificeren welke ICT-infrastructuur voor de onderzoeksfaciliteit benodigd is.
Hierbij valt onder meer te denken aan hulpbronnen voor opslag, aan netwerken, tools voor datamanagement, veiligheid en toegang, en het regelen van toegang voor analyse op afstand. Van belang is tevens dat aanvragers beschrijven hoe deze ICT- infrastructuur wordt geïmplementeerd, alsook welke expertise hiervoor benodigd is. Getoetst wordt dat de aanvragers een juist beeld schetsen van de benodigde ICT- infrastructuur, de afstemming daarover met SURF, en de daarvoor benodigde kosten.
c. Organisatie en governance
Het opzetten en exploiteren van een grote onderzoeksfaciliteit vergt heldere afspraken tussen de (internationale) partners en een duidelijk organisatorisch kader. Daarom is het belangrijk dat de governancestructuur en het management van de onderzoeksfaciliteit goed georganiseerd zijn. De onderzoeksfaciliteit dient zo te zijn ingericht dat de realisatie en exploitatie optimaal kunnen verlopen.
Getoetst wordt dat de afspraken rondom de faciliteit leiden tot een heldere en werkbare situatie, door middel van:
− een goede inbedding in de Nederlandse kennisinfrastructuur, waar nodig door middel van een consortiumovereenkomst;
− een heldere besluitvormingsstructuur met voldoende mandaat en onafhankelijkheid;
− een duidelijk organisatieschema met daarin de taken en bevoegdheden van de governance en het management;
− een passende procedure voor het omgaan met budget en tijdsoverschrijding;
− een deugdelijke strategie op het gebied van procurement, intellectueel eigendomsrecht en commerciële activiteiten, die in lijn is met geldende regelgeving en richtlijnen, en waarbij de bijkomende juridische en contractuele kwesties geïdentificeerd en opgelost zijn.
Ook dient te worden aangegeven dat het aangevraagde en als eigen bijdrage opgevoerde personeel noodzakelijk is.
d. Toegankelijkheid
- Regeling
- Call for proposals, Investeringen NWO-groot 2017/2018
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 22-06-2017
- BWB-id
- BWBR0039682
- Versie
- 2017-06-22_0