wetzoeker

Wijzigingswet Wet wapens en munitie, Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming (versterking beheersing legaal wapenbezit)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-10-2019
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0039633
Versie
2019-10-01_0
SHA-256 bron
f9e7ae3e3fef279c0fca1e86460864ec15211f452ea9859a7b4151bfa78031e7

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII

Artikel I

Wijzigt de Wet wapens en munitie.

Artikel II

Wijzigt de Flora- en faunawet.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel III

Wijzigt de Wet natuurbescherming.

Artikel IV

Onze Minister van Veiligheid en Justitie zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel V

Wijzigt deze wet.

Artikel VI

1 Artikel 6a, tweede lid, van de Wet wapens en munitie is slechts van toepassing op degene aan wie sinds de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van deze wet, met toepassing van artikel 6a, eerste lid, van de Wet wapens en munitie een in dat artikellid genoemde ontheffing, erkenning of verlof is verleend.

2 Artikel 38a, tweede lid, van de Flora- en faunawet is slechts van toepassing op degene aan wie sinds de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, van deze wet, met toepassing van artikel 38a, eerste lid, van de Flora- en faunawet een jachtakte als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, van de Flora- en faunawet is verleend.

3 Artikel 3.28a, tweede lid, van de Wet natuurbescherming is slechts van toepassing op degene aan wie sinds de inwerkingtreding van artikel III, onderdeel A, van deze wet, met toepassing van artikel 3.28a, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een jachtakte als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming is verleend.

4 Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde is in het eerste jaar na inwerkingtreding van dit artikel niet van toepassing op degenen die op de dag van inwerkingtreding van deze wet wel de leeftijd van 25 jaar, maar nog niet de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt.

5 Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde is in het tweede jaar na inwerkingtreding van dit artikel niet van toepassing op degenen die op de dag van inwerkingtreding van deze wet wel de leeftijd van 26 jaar, maar nog niet de leeftijd van 41 jaar hebben bereikt.

Artikel VII

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.