wetzoeker

Artikel 7 Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid bachelor medisch hulpverlener

Voorbehouden handelingen

1 De bachelor medisch hulpverlener is bevoegd tot:

a. het geven van een subcutane, intramusculaire of intraveneuze injectie;

b. het verrichten van een catheterisatie van de blaas bij volwassenen alsmede het inbrengen van een maagsonde of een infuus;

c. het verrichten van een venapunctie;

d. het verrichten van electieve cardioversie;

e. het verrichten van de volgende handelingen in het kader van acute zorg:

i. het toepassen van defibrillatie;

ii. het in-, of extuberen van de luchtpijp met een orale of nasale tube;

iii. het toepassen van een drainagepunctie bij een spanningspneumathorax.

2 De bevoegdheid, genoemd in het eerste lid, geldt uitsluitend voor zover het betreft:

a. handelingen die vallen binnen het deskundigheidsgebied, bedoeld in artikel 6;

b. handelingen van een beperkte complexiteit;

c. routinematige handelingen;

d. handelingen waarvan de risico’s te overzien zijn;

e. handelingen die worden uitgeoefend volgens landelijke geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen.

Regeling
Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid bachelor medisch hulpverlener
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-04-2019
BWB-id
BWBR0039466
Versie
2019-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl