wetzoeker

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Ministerie van Economische Zaken, DG Agro en Natuur/beleidsdirectie Natuur en Biodiversiteit/Waddenunit 2017

Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 29 maart 2017 nr. BOACAT2017/026, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij het Ministerie van Economische Zaken, DG Agro en Natuur/beleidsdirectie Natuur en Biodiversiteit/Waddenunit

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2017
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0039450
Versie
2017-04-01_0
SHA-256 bron
16cd3bf0471d74080c83d4aa9c93b51d3958e4f7b7cd6d329700120fbe2a8e85

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

De personen, werkzaam in de functie van medewerker Waddenbeheer, Inspecteur, medewerker toezicht in dienst van het Ministerie van Economische Zaken, DG Agro en Natuur/beleidsdirectie Natuur en Biodiversiteit/Waddenunit, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

1 De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur, als genoemd in onderdeel 7.4 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.

2 De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied (inclusief de territoriale zee) van Nederland en de aansluitende zone, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

3 De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.

Artikel 4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 13 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5

1 Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het Functioneel Parket.

2 Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.

Artikel 6

1 De Middenmanager van het Ministerie van Economische Zaken, DG Agro en Natuur/beleidsdirectie Natuur en Biodiversiteit/Waddenunit brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:

a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functie;

b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

2 Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 7

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.

Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.

Artikel 8

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Directie Regio en Ruimtelijke Economie 2012 van 21 februari 2012 nr. 5723830/Justis/12 zal vervallen op 1 april 2017.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2017 en vervalt met ingang van 1 april 2022.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Ministerie van Economische Zaken, DG Agro en Natuur/beleidsdirectie Natuur en Biodiversiteit/Waddenunit 2017.