wetzoeker

Artikel 2.37 Comptabiliteitswet 2016

Het aanbieden van de jaarverslagen en de slotverschillen

1 Onze Minister van Financiën zendt de jaarverslagen, bedoeld in artikel 2.31, jaarlijks uiterlijk op 31 maart van het jaar volgend op het begrotingsjaar voor onderzoek naar de Algemene Rekenkamer. De rapporten over de jaarverslagen die zijn opgesteld door de Auditdienst Rijk worden gelijktijdig meegestuurd.

2 Onze Minister van Financiën biedt de door de Algemene Rekenkamer onderzochte jaarverslagen op de derde woensdag van mei volgend op het jaar waarop de jaarverslagen betrekking hebben aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal aan, tenzij deze datum valt in een periode wanneer de Tweede Kamer der Staten-Generaal met reces is of wanneer een nationale feestdag is. In dat geval biedt Onze Minister van Financiën de jaarverslagen, na overleg met de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en de president van de Algemene Rekenkamer, uiterlijk op 1 juni van hetzelfde jaar aan.

3 In voorkomende gevallen zendt Onze Minister die het aangaat zijn standpunt over het bezwaar van de Algemene Rekenkamer, bedoeld in artikel 7.22, eerste lid, zo spoedig mogelijk, doch in elk geval vóór de behandeling van het jaarverslag door de Tweede Kamer der Staten-Generaal, naar die Kamer.

Regeling
Comptabiliteitswet 2016
Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
BWB-id
BWBR0039429
Versie
2026-06-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl