wetzoeker

Artikel 2.20 Comptabiliteitswet 2016

Begrotingsstelsel en beginselen

1 Indien voor een dienstonderdeel van een ministerie een afwijkend beheer wenselijk is, kan Onze Minister die het aangaat met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 4.20, tweede lid, aanhef en onder g, besluiten een dienstonderdeel als baten-lastenagentschap of als verplichtingen-kasagentschap aan te wijzen.

2 Een dergelijk besluit wordt genomen, indien:

a. Onze Minister die het aangaat van oordeel is dat het aanwijzen een doelmatige taakuitvoering bevordert;

b. Onze Minister van Financiën met het besluit instemt.

3 Een dergelijk besluit wordt niet eerder genomen dan 30 dagen nadat het voornemen daartoe schriftelijk ter kennis is gebracht van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

4 Indien binnen de in het derde lid genoemde termijn van 30 dagen ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal nadere inlichtingen vraagt, wordt het besluit niet genomen dan 14 dagen nadat de inlichtingen zijn verstrekt.

5 Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op het intrekken van een eerder genomen besluit tot het aanwijzen van een dienstonderdeel als baten-lastenagentschap of verplichtingen-kasagentschap.

6 Een dienstonderdeel van een ministerie dat krachtens het eerste lid, als baten-lastenagentschap is aangewezen, past als begrotingsstelsel het baten-lastenstelsel toe.

7 Een dienstonderdeel van een ministerie dat krachtens het eerste lid als verplichtingen-kasagentschap is aangewezen, past als begrotingsstelsel het verplichtingen-kasstelsel toe.

8 Een dienstonderdeel van een ministerie dat krachtens het eerste lid als verplichtingen-kasagentschap is aangewezen, kan een kasreserve aanhouden.

Regeling
Comptabiliteitswet 2016
Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
BWB-id
BWBR0039429
Versie
2026-06-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl