wetzoeker

Wet vereenvoudiging beslagvrije voet

Wet van 8 maart 2017 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Invorderingswet 1990 en enkele andere wetten in verband met een vereenvoudiging van de beslagvrije voet (Wet vereenvoudiging beslagvrije voet)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2021
Rechtsgebied
Belastingrecht, Loonbelasting en premieheffing
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0039377
Versie
2021-01-01_0
SHA-256 bron
c29de3073d41ca941c2deac86a0bab82455c76dff6ee092aea7238e27b097c5e

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (25)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel X
  9. Artikel XII
  10. Artikel XIII
  11. Artikel XIV
  12. Artikel XV
  13. Artikel XVI
  14. Artikel XVII
  15. Artikel XVIII
  16. Artikel XIX
  17. Artikel XX
  18. Artikel XXI
  19. Artikel XXII
  20. Artikel XXIII
  21. Artikel XXIIIa
  22. Artikel XXIIIb
  23. Artikel XXIIIc
  24. Artikel XXIV
  25. Artikel XXV

Artikel I

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel II

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

Artikel III

Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Artikel IV

Wijzigt de Algemene Kinderbijslagwet.

Artikel V

Wijzigt de Algemene nabestaandenwet.

Artikel VI

Wijzigt de Algemene Ouderdomswet.

Artikel VII

Wijzigt de Faillissementswet.

Artikel X

Wijzigt de Toeslagenwet.

Artikel XII

Wijzigt de Werkloosheidswet.

Artikel XIII

Wijzigt de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

Artikel XIV

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

Artikel XV

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

Artikel XVI

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.

Artikel XVII

Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Artikel XVIII

Wijzigt de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Artikel XIX

Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.

Artikel XX

Wijzigt de Ziektewet.

Artikel XXI

Wijzigt de Zorgverzekeringswet.

Artikel XXII

1 Indien voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van deze wet beslag is gelegd op een periodieke vordering tot betaling waaraan een beslagvrije voet is verbonden, blijft de door de deurwaarder volgens het recht dat gold voor de datum van inwerkingtreding van dat artikelonderdeel vastgestelde beslagvrije voet van toepassing, tot het moment dat de beslagvrije voet door de deurwaarder of, in geval van samenloop van beslagen als bedoeld in artikel 478 de coördinerende deurwaarder opnieuw wordt vastgesteld op grond van een van de in artikel 475d, derde of vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde situaties.

2 Artikel 475c, tweede tot en met vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geldt tot twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van deze wet niet voor een beslag dat is gelegd voor de datum van inwerkingtreding van dat artikelonderdeel.

Artikel XXIII

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel XXIIIa

Wijzigt de Verzamelwet Zvw 2016 (Kst. 34575).

Artikel XXIIIb

1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een bestuursorgaan of instelling worden belast met de ondersteuning bij de vaststelling van de beslagvrije voet met toepassing van de artikelen 475da tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:

a. de verwerkingsverantwoordelijkheid voor de gegevensverwerking voor de ondersteuning bij de vaststelling van de beslagvrije voet;

b. de wijze van gegevensverwerking;

c. de voorwaarden waaronder deze gegevensverwerking plaatsvindt.

Artikel XXIIIc

1 In afwijking van de artikelen 475da tot en met 475dc van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kunnen bij besluit van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beslagleggende partijen worden aangewezen waarop artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing blijft tot en met 6 maanden na inwerkingtreding van dit artikel.

2 De partijen genoemd in het eerste lid kunnen worden aangewezen bij besluit van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als zij een gemotiveerde opgave doen van de reden waarom zij gebruik willen maken van de overgangsperiode.

Artikel XXIV

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel XXV

Deze wet wordt aangehaald als: Wet vereenvoudiging beslagvrije voet.