wetzoeker

Besluit billijke vergoeding artikel 25c Auteurswet

Besluit van 6 maart 2017, houdende de aanwijzing van een adviesorgaan en nadere regels voor de vaststelling van een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 25c van de Auteurswet, alsmede enige technische aanpassingen in het Besluit op het specifiek cultuurbeleid (Besluit billijke vergoeding artikel 25c Auteurswet)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
11-04-2017
Rechtsgebied
Auteursrecht, Intellectuele eigendom
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0039317
Versie
2017-04-11_0
SHA-256 bron
7afd476791118e3d47828bf65d1c8b6a03b19e9dd2fcd5ac9465fe6096ede918

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5

Artikel 1

1 Onverminderd artikel 25c, derde lid, laatste volzin, van de Auteurswet, bevat het verzoek, bedoeld in artikel 25c, derde lid, van de Auteurswet, een afschrift van de statuten van elke betrokken vereniging en een motivering waaruit blijkt dat de betrokken vereniging voldoet aan het bepaalde in artikel 25c, vierde lid, van de Auteurswet.

2 Het gezamenlijk gedragen advies, bedoeld in artikel 25c, derde lid, van de Auteurswet, bevat een motivering betreffende:

a. de geadviseerde billijke vergoeding en de periode waarvoor die vergoeding zou moeten gelden; en

b. de noodzakelijkheid van de geadviseerde billijke vergoeding, gelet op het belang van het behoud van de culturele diversiteit, de toegankelijkheid van cultuur, een doelstelling van sociaal beleid en het belang van de consument.

Artikel 2

1 Het in artikel 25c, tweede lid, van de Auteurswet bedoelde adviesorgaan is de Raad voor cultuur, bedoeld in artikel 2a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid.

2 Na een daartoe strekkende adviesaanvraag van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap brengt de Raad voor cultuur binnen dertien weken advies uit.

3 De Raad voor cultuur brengt een gemotiveerd advies uit over het verzoek, bedoeld in artikel 25c, derde lid, van de Auteurswet. Bij de beoordeling van het gezamenlijk gedragen advies betrekt de Raad voor cultuur de motivering, bedoeld in artikel 1, tweede lid.

Artikel 3

Wijzigt het Besluit op het specifiek cultuurbeleid.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit billijke vergoeding artikel 25c Auteurswet.