wetzoeker

Tijdelijk besluit experiment vervroegde inzet no-riskpolis Ziektewet

Besluit van 20 februari 2017, houdende tijdelijke regels voor een experiment met een vervroegde no-riskpolis (Tijdelijk besluit experiment vervroegde inzet no-riskpolis Ziektewet)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
15-03-2017
Rechtsgebied
Arbeidsrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Sociaal zekerheidsrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0039261
Versie
2017-03-15_0
SHA-256 bron
bb7f14a5ac657398a4c92a117aa522cf35c011fc21947987107da2861d2dd4e0

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

werknemer: de verzekerde, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen b, c en d, van de ZW;

ZW: Ziektewet.

Artikel 2

Bij wijze van experiment als bedoeld in artikel 82a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, wordt met het oog op onderzoek naar de effectiviteit van de vervroegde verstrekking van ziekengeld als bedoeld in artikel 29b van de ZW, afgeweken van het bepaalde in dat artikel overeenkomstig de artikelen 3, 4 en 5.

Artikel 3

1 Het UWV kan, in zoverre in afwijking van de artikelen 29b en 29d van de ZW, ambtshalve besluiten dat de werknemer vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken recht heeft op ziekengeld over de perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen in de vijf jaren na aanvang van de nieuwe dienstbetrekking, indien die werknemer:

a. gedurende een tijdvak van ten minste 52 weken ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de ZW; en

b. geen werkgever heeft jegens wie hij, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, zwangerschap of bevalling, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, van de ZW.

2 In het besluit, bedoeld in het eerste lid, bepaalt het UWV dat de werknemer geen recht heeft op ziekengeld indien de nieuwe dienstbetrekking later aanvangt dan vijf jaar na de dag waarop dat besluit is bekendgemaakt.

3 Voor de toepassing van dit artikel zijn de artikelen 19, vierde lid, 19aa, vierde lid, 29, derde, vierde, vijfde en tiende lid, en 29b, vijfde en zesde lid, van de ZW, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4

Het UWV neemt het besluit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet, indien:

dat besluit reeds is genomen voor:

a. ten hoogste 1.250 werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn; en

b. ten hoogste 1.250 werknemers die 35% of meer arbeidsongeschikt zijn.

Artikel 5

1 Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan dit besluit.

2 Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.

3 Artikel 115, eerste lid, onderdeel e, van de Wet financiering sociale verzekeringen, is van overeenkomstige toepassing op de op grond van artikel 3, eerste lid, te betalen uitkering.

Artikel 6

1 Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 maart 2017.

2 Dit besluit vervalt met ingang van 15 maart 2022, met dien verstande dat dit besluit van toepassing blijft op het recht op ziekengeld, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit experiment vervroegde inzet no-riskpolis Ziektewet.