5 — Instrumenten van toezicht Beleidsregels toetsing eindtermen praktijkopleiding
Instrumenten van toezicht
De basis van CEA’s toezicht is gefundeerd vertrouwen. Goede informatie over de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding is van belang om de kwaliteit van CEA’s toezicht te waarborgen. Proactieve rapportering van incidenten en de wijze waarop hiermee is omgegaan, is eveneens een randvoorwaarde.
In haar instrumenten voor het inwinnen van inlichtingen maakt CEA onderscheid tussen:
a. periodieke schriftelijke informatie,
b. gesprekken en
c. aanvullende schriftelijke informatie naar aanleiding van incidenten, (majeure) veranderingen en ontwikkelingen, bevindingen of risico’s.
Op basis van haar wettelijke taak om de praktijkopleiding uit te voeren wordt in de beleidsregels en dit toezichtkader primair de NBA als verantwoordelijke voor de praktijkopleiding aangeduid. Aangezien de RPO op grond van mandatering het orgaan is dat namens de NBA de praktijkopleiding verzorgt, vormt de RPO het aanspreekpunt voor het toezicht door CEA. CEA vertrouwt erop dat de RPO alle inlichtingen kan geven die CEA nodig heeft om te toetsen of de praktijkopleiding voldoet aan de eindtermen.
Wanneer de reguliere (periodieke) instrumenten en toezichtactiviteiten niet toereikend zijn om te bepalen of de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet zal CEA de aard, inhoud, omvang en intensiteit van haar toezichtactiviteiten daar op aanpassen. Indien nodig kan CEA ook bij de overige aanbieders en/of de actoren van de praktijkopleiding inlichtingen inwinnen. CEA zal de intensivering van haar toezicht en aanleiding, doel en uitvoering van haar aanvullende toezichtactiviteiten in beginsel vooraf bespreken met de betreffende aanbieders respectievelijk actoren.
I Periodieke schriftelijke informatie Van de RPO wordt een proactieve houding verwacht waarbij CEA wordt geïnformeerd over belangrijke wijzigingen en ontwikkelingen. CEA verwacht periodiek schriftelijk ingelicht te worden over de voortgang van de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding. Uit de beschikbaar gestelde informatie moet duidelijk blijken hoe de eindtermen in de praktijkopleiding worden geborgd en getoetst.
Instrument | Doel en beschrijving | Frequentie
A. P&C Cyclus van de RPO | De doelstellingen, geplande activiteiten en processen voor de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding voor een kalenderjaar. Dit omvat ook de opvolging aan CEA’s bevindingen, aanbevelingen of eventuele aanwijzing. | Periodiek
B. Risicoinventarisatie praktijkopleiding | De risico’s die de RPO signaleert en de desbetreffende (organisatiebrede) beheersingsmaatregelen hiervoor. | Periodiek
C. Melding van veranderingen | De (majeure) veranderingen in organisatie, stelsel van kwaliteitsbeheersing of regelgeving van de praktijkopleiding. | Indien van toepassing
D. Incidentmelding | Schriftelijke melding van incident inclusief de processtappen en/of maatregelen die de RPO neemt om deze | Indien van toepassing
op te lossen. Incidenten zijn o.a.: • Vertrouwensbreuk of conflictsituaties bij de leiding van de RPO. • Discontinuïteit in uitvoeringsproces of ICT-omgeving. • Structurele uitval van sleutelfunctionarissen. • Ernstige verstoringen van het proces.
E. Basisset van informatie | Minimale set van informatie ter verantwoording van de uitvoering van de praktijkopleiding. Deze omvat: • Stuur/verantwoordingsinformatie over de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding. • Veranderingen in organisatie, stelsel van kwaliteitsbeheersing, regelgeving of nadere voorschriften. • Notulen van de vergaderingen van de RPO. • RPO’s jaarverslag t.b.v. NBA. • Uitkomsten van evaluaties van de actoren betrokken bij de visitaties van stagebureaus, examens en/of simulatieopdrachten. • Uitkomsten van zelfevaluaties en visitaties van stagebureaus. • Uitkomsten van visitaties van examens en simulatieopdrachten. | Periodiek
II Gesprek Ongeacht de bevindingen overlegt CEA ook periodiek met de RPO over de planning, voortgang en verantwoording van de uitvoering en kwaliteitsborging. De delegatie, het niveau, onderwerp en frequentie van overleg hangen af van de risico’s en bevindingen bij de praktijkopleiding. CEA kan indien nodig direct en gericht mondeling inlichtingen inwinnen of om toelichting vragen bij de betreffende aanbieders en/of actoren van de praktijkopleiding.
Instrument | Doel en beschrijving | Frequentie
A. Bureau-overleg | Informatie-uitwisseling met de RPO op bureau-niveau over de voortgang in, uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding. | Periodiek
B. Bestuurlijk overleg | Overleg op bestuursniveau met de RPO voor: • informatie-uitwisseling; • bespreking van de uitkomsten, bevindingen en aanbevelingen van CEA’s toezichtactiviteiten; • evaluatie van CEA’s toezichtproces (naar behoefte); • het kenbaar maken van eventuele voornemen tot het geven en publiek maken van een aanwijzing (indien van toepassing). | Periodiek met een minimum van éénmaal per jaar
III Aanvullend onderzoek CEA kan (ad hoc) aanvullende informatie opvragen afhankelijk van actuele ontwikkelingen, veranderingen in de praktijkopleiding of het optreden van risico’s waarbij de dekking van de eindtermen in het geding komen. Ook kan CEA besluiten om specifiek onderzoek te doen naar bepaalde thema’s die spelen of incidenten die zich hebben voorgedaan. Het is bedoeld om ontwikkelingen, trends, algemene risico’s en ‘best practices’ in beeld te krijgen of om een norm of referentie te bepalen.
Instrument | Doel en beschrijving | Frequentie
A. Uitvraag | Vragen of verzoek om informatie n.a.v.: • periodieke schriftelijke informatie; • CEA’s bevindingen, risicoanalyse en aanbevelingen; • incidenten en wijzigingen plus de maatregelen en opvolging hieraan. | Naar behoefte
B. Themaonderzoek | Onderzoek naar: • Ontwikkelingen en trends. • Bevindingen. • Risico’s. • Best practices. | Naar behoefte
- Regeling
- Beleidsregels toetsing eindtermen praktijkopleiding
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 01-03-2017
- BWB-id
- BWBR0039248
- Versie
- 2017-03-01_0