4 — Criteria Beleidsregels toetsing eindtermen praktijkopleiding
Criteria
Op basis van onderstaande criteria vormt CEA een oordeel over de (risico’s bij de) praktijkopleiding en bepaalt zij de aard, omvang, inhoud en intensiteit van haar toezichtactiviteiten. CEA kijkt hierbij primair naar de risicogebieden waarbij het realiseren van de eindtermen mogelijk in het geding kan komen. Per criterium worden uitkomsten geformuleerd die richtinggevend zijn voor hetgeen CEA van de NBA verwacht. Onderstaande uitkomsten zijn niet limitatief.
Toezichtcriteria voor toetsing van de realisatie van de eindtermen van de praktijkopleiding
1. Adequaat functionerend stelsel van kwaliteitsbeheersing
De NBA toont aan dat de opzet, het bestaan en de werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing adequaat is. Op basis van risicoanalyse wordt de adequate werking daarvan periodiek getoetst. Uitkomsten: – Er wordt zorg gedragen voor een stelsel van kwaliteitsbeheersing ter borging van de eindtermen dat door een gestructureerde werkwijze van (periodieke) evaluaties, analyses en acties is geregeld. – Er wordt een kwaliteits(zorg)beleid gevoerd waarin voorwaarden, rollen en verantwoordelijkheden van de aanbieders en actoren voor de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding duidelijk zijn gedefinieerd. – Er wordt in de ontwikkeling en instandhouding van kwaliteitsbeheersing van de praktijkopleiding geïnvesteerd.
2. De NBA voldoet aan de actieve informatie- en meldplicht
De NBA getuigt van een proactieve en open houding m.b.t. de informatieverstrekking aan CEA. Er wordt tijdig en op eigen initiatief (voorgenomen) veranderingen/wijzigingen en incidenten doorgegeven daar waar zij van invloed zijn op de kwaliteit en organisatie van de praktijkopleiding of zelfs een risico vormen. Uitkomsten¹: – CEA wordt tijdig voorzien van adequate informatie over de voortgang van de praktijkopleiding, belangrijke veranderingen in de inhoud, organisatie of het stelsel van kwaliteitsbeheersing en/of ernstige incidenten die zich hebben voorgedaan. – Er is adequate stuurinformatie over de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding. – De NBA verleent (desgevraagd) medewerking aan de activiteiten zoals informatieuitvraag, gesprekken en (thema)onderzoeken die CEA in het kader van haar toezicht verricht.
3. Competente leiding van de NBA
De leiding van de NBA geeft op effectieve en competente wijze sturing en uitvoering aan de praktijkopleiding, passend bij diens verantwoordelijkheden en omstandigheden. Onderdeel van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de NBA is dat de leiding van de aanbieders wordt geëvalueerd. Uitkomsten¹ : – Er is voldoende sturing en grip (in termen van bijsturing) op regelgeving, capaciteit, proces en inhoud. – Er is (zelf)inzicht en (zelf)vertrouwen in de eigen krachten en beperkingen en de leiding is in staat (zelfstandig en tijdig) risico’s voor de kwaliteit van de praktijkopleiding en de dekking van de eindtermen tegemoet te treden en op te lossen. – De ‘toon aan de top’ is gericht op het vergroten en in stand houden van een kwaliteitsbewustzijn en kwaliteitshandelen. – De leiding getuigt van een integere houding. – Afstemming respectievelijk integratie tussen de praktijkopleiding en de theoretische opleidingen wordt bevorderd.
4. Continuïteit en stabiliteit van de praktijkopleiding gewaarborgd
De NBA draagt zorg voor een adequate organisatie waarbij de continuïteit van de praktijkopleiding is gewaarborgd en niet onderhevig is aan verstorende veranderingen. De NBA evalueert of de aanbieders adequate maatregelen treffen om de continuïteit van de praktijkopleiding te waarborgen. Uitkomsten: – De NBA draagt zorg voor een adequaat ingericht opleidingsproces en zorgt voor een goed werkende en beveiligde ICT-omgeving. – De taken en bevoegdheden van de aanbieders en de actoren zijn duidelijk vastgelegd. – Er is voldoende capaciteit en deskundigheid voor de organisatie en de uitvoering en kwaliteitsborging van de praktijkopleiding beschikbaar. – De leiding² draagt er voor zorg dat (potentieel verstorende) veranderingen bij de praktijkopleiding of in de omgeving van de praktijkopleiding, zoals bijv. een overname/fusie, reorganisatie, personele problemen of (negatieve) publiciteit, het leerproces zo min mogelijk verstoren. – De leiding treft adequate en tijdige maatregelen om negatieve effecten als gevolg van verstorende veranderingen op te lossen.
5. Kwaliteit en aanbod van aanbieders en actoren zijn geborgd
De NBA heeft (voor alle opleidingsoriëntaties) adequate criteria opgesteld voor (de aanwijzing² van) de aanbieders en actoren. De NBA ziet erop toe dat de criteria en eisen (vanuit de regelgeving) door alle aanbieders en actoren worden nageleefd. Uitkomsten: De NBA evalueert of de aanbieders en actoren over de benodigde capaciteit, deskundigheid en kwaliteit beschikken voor de uitvoering (van alle oriëntaties) van de praktijkopleiding en treft maatregelen indien noodzakelijk.
6. Kwaliteit en aanbod van opleidingsplaatsen zijn geborgd
De NBA heeft (voor alle oriëntaties) adequate criteria opgesteld voor de aanwijzing4 van opleidingsplaatsen en ziet erop toe dat de opleidingsplaats geschikt is om uitvoering te geven aan de praktijkopleiding en om aan alle eindtermen te voldoen. Uitkomsten: – De NBA ziet erop toe dat de opleidingsplaatsen voldoende werkzaamheden bieden voor trainees, passend bij de gekozen oriëntaties. – De NBA evalueert of de opleidingsplaatsen over voldoende kwalitatief deskundige praktijkbegeleiders en beoordelaars beschikken voor de uitvoering van de praktijkopleiding passend bij de gekozen oriëntatie van de trainee en treft maatregelen indien noodzakelijk.
7. De opleidingsprogramma’s van de praktijkopleiding voldoen aan de eindtermen
De NBA toont aan dat de eindtermen³ op alle niveaus (per eindterm, per vakgebied, per opleidingsoriëntatie) adequaat zijn vertaald en geborgd in de opzet en inhoud van de praktijkopleiding. Uitkomsten: – De NBA is er verantwoordelijk voor dat de eindtermen op eindniveau zijn geborgd. – De NBA bevordert integratie tussen vakgebieden en met de theoretische opleidingen.
8. Niveau en kwaliteit van toetsing eindtermen zijn gewaarborgd
De toetsproducten van de praktijkopleiding sluiten aantoonbaar aan op de eindtermen en de NBA heeft een adequaat stelsel van kwaliteitsbeheersing rondom toetsing/examinering. Uitkomsten: – De toetsing sluit aan op de eindtermen voor de praktijkopleiding en zijn van een zodanig niveau en kwaliteit dat de eindtermen op eindniveau zijn geborgd en op het juiste niveau worden getoetst. – De NBA beschikt over een adequaat stelsel van kwaliteitsbeheersing rondom toetsing en examinering en evalueert de werking van dit stelsel periodiek. – De NBA neemt de CEA-beleidsrichtlijnen met betrekking tot de toetsing van de eindtermen in acht.
9. De NBA voldoet aan instroom- en uitstroomvereisten
De NBA kan aantonen dat de trainee bij afronding van de praktijkopleiding alle eindtermen heeft gerealiseerd. Uitkomsten: – De NBA beschikt over een gecontroleerd en gedocumenteerd proces met criteria, eisen en voorwaarden voor de toelating tot de uitvoering en de afsluiting van de praktijkopleiding.
– De NBA ziet bij toelating erop toe dat de trainee beantwoordt aan de instroomeisen en in dat kader kijkt naar (relevantie en actualiteit van) het theoretisch getuigschrift en onderzoek doet naar verzoeken voor gelijkstelling of vrijstelling
– De NBA toont aan dat een trainee bij uitgifte van het getuigschrift alle eindtermen heeft gerealiseerd.
¹ Onder leiding wordt zowel de leiding van de NBA als ook de leiding van de aanbieders verstaan.
² Een besluit van de NBA dat een opleidingsplaats, stagebureau of andere aanbieder van (delen van) de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet en de kwaliteit, deskundigheid en bekwaamheid heeft om de (oriëntaties van de) praktijkopleiding (deels) uit te voeren.
³ Eindtermen zoals vastgesteld door CEA en gepubliceerd in de Staatscourant.
- Regeling
- Beleidsregels toetsing eindtermen praktijkopleiding
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 01-03-2017
- BWB-id
- BWBR0039248
- Versie
- 2017-03-01_0