wetzoeker

b — Het weigeren van een nieuw reisdocument (waaronder de NIK!) Circulaire uitreisverbod personen ex Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding

Het weigeren van een nieuw reisdocument (waaronder de NIK!)

De nieuwe signaleringsmogelijkheid van een persoon met een uitreisverbod (een 23b-signalering

7 Het getal 23b verwijs naar artikel 23b in de Paspoortwet, alwaar de nieuwe signaleringsgrond is vastgelegd.

) leidt in drie opzichten tot een belangrijke wijziging in de behandeling van aanvragen voor een reisdocument.

Ten eerste heeft een 23b-signalering gevolgen voor zowel de aanvraag van een paspoort áls de aanvraag van een NIK. In tegenstelling tot de andere signaleringsgronden, moet de verstrekkende autoriteit bij een 23b-signalering óók een NIK weigeren! Dat leidt er toe dat de verstrekkende autoriteit ook bij alle aanvragen voor een NIK moet controleren of betrokkene staat gesignaleerd.

NIEUW: Een verstrekkende autoriteit moet óók bij alle aanvragen voor een Nederlandse identiteitskaart controleren of betrokkene staat gesignaleerd.

Ten tweede komt een verstrekkende autoriteit bij een artikel 23b-signalering geen beoordelingsruimte toe bij zijn besluit tot het weigeren van een reisdocument. In tegenstelling tot andere signaleringsgronden, moet het bestuursorgaan de aanvraag van een paspoort of een NIK weigeren. Hij maakt dus geen belangenafweging.

8 Artikel 45 Paspoortwet is niet van toepassing.

Van belang is daarom dat de verstrekkende autoriteit op de hoogte is van de precieze grond waarop betrokkene staat gesignaleerd. Ten slotte dient alléén (!) bij een 23b-signalering een belangenafweging achterwege te blijven. Om te achterhalen wat de signaleringsgrond is, neemt de verstrekkende autoriteit contact op met RvIG. In dit verband wordt verwezen naar de procedures die RvIG heeft opgesteld.

9 Zie paragraaf 6 van deze circulaire.

NIEUW: Een verstrekkende autoriteit moet een reisdocument, waaronder de NIK, weigeren als betrokkene is gesignaleerd op grond van artikel 23b.

Ten derde is de overeenstemmingsprocedure, bedoeld in de artikelen 44, vierde lid, 45 en 46 van de Paspoortwet niet van toepassing bij een signalering op grond van artikel 23b. Bij een reguliere signalering dient – voordat een beslissing wordt genomen een reisdocument te weigeren – de aanvrager in de gelegenheid te worden gesteld om overeenstemming te bereiken met de signalerende autoriteit. De betrokken persoon krijgt in beginsel twee weken de tijd om te besluiten of hij van deze procedure gebruik wenst te maken. Maakt hij daarvan gebruik, dan wordt de beslissing gedurende acht weken aangehouden.

Deze overeenstemmingsprocedure is dus niet van toepassing bij een signalering op grond van artikel 23b Paspoortwet. Gezien het onderliggende besluit van de minister van VenJ, en de aard van de omstandigheden die leiden tot een uitreisverbod, heeft de wetgever de overeenstemmingsprocedure niet opportuun geacht, omdat de kans dat deze tot een ander resultaat leidt nihil zal zijn.

NIEUW: De overeenstemmingsprocedure wordt niet toegepast bij een signalering op grond van artikel 23b.

Nadat de verstrekkende autoriteit het reisdocument heeft geweigerd aan betrokkene, doet hij van dit besluit mededeling aan de minister van BZK middels het daarvoor bestemde C6-formulier. De minister zorgt voor opneming van die mededeling in het RPS.

Regeling
Circulaire uitreisverbod personen ex Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-03-2017
BWB-id
BWBR0039220
Versie
2017-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl