wetzoeker

3 — Mogelijke gevolgen voor ondernemers: toerisme, economie en werkgelegenheid Kavelbesluit II windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)

Mogelijke gevolgen voor ondernemers: toerisme, economie en werkgelegenheid

Zienswijzen:

Veel indieners vinden dat het rapport van bureau Decisio de meerkosten van windmolenparken in IJmuiden Ver en Hollandse Kust (west) niet op de juiste manier vergelijkt met de verminderde inkomsten uit recreatie en toerisme in de badplaatsen en de daaruit voortvloeiende verliezen aan banen. Die meerkosten slaan neer op de Nederlandse samenleving (en zijn berekend voor 20 jaar) terwijl de verminderde inkomsten hevig worden gevoeld in de dorpsgemeenschappen. Daarbij voeren indieners ook aan dat er waarden zijn, zoals ervaring van schoonheid, die niet in geld kunnen worden uitgedrukt. Indieners met een belang bij het toerisme vinden dat de schade aan de regionale economie zo groot is, dat voor een ander alternatief moet worden gekozen. Sommige indieners menen dat bureau Decisio werkt met een verkeerde omrekenfactor voor de afleiding van het verlies aan banen.

Andere indieners wijzen erop, dat de berekening van de effecten op de business case van windmolenparken in IJmuiden Ver om meer redenen niet klopt. Zie hiervoor ook bij Thema A2. Dit brengt enkele indieners ertoe, voor te stellen dat de meevaller bij de tender van Borssele I en II wordt gebruikt om de ondernemers in de toeristische sector langs de Hollandse Kust te compenseren voor hun schade. Ook vinden indieners, dat niet kan worden gesteld dat dit banenverlies zal worden gecompenseerd door meer werkgelegenheid in de offshore-industrie. Daar heeft de regionale arbeidsmarkt van verschillende badplaatsen niets aan, want die banen komen terecht in de grote zeehavens.

Beantwoording :

Wat betreft de kritiek op de benadering van kosten, wijst het bevoegd gezag er op, dat het bij beslissingen over de inrichting van Nederland vrijwel altijd te maken heeft met een nationaal belang en met lokale en regionale belangen, en dat die niet zelden strijdig zijn. Om toch zulke beslissingen te kunnen nemen, worden die belangen politiek gewogen en zo goed mogelijk gemotiveerd. Beperking van nadelen voor de regio speelt daarin altijd een rol.

Bij de berekening van de gevolgen voor recreatie en toerisme heeft bureau Motivaction gewerkt met cijfers over verblijfsrecreanten van Nederlandse en buitenlandse herkomst en met twee schattingen van het aantal dagrecreanten langs de Hollandse Kust. In rekening zijn gebracht de gemiddelde uitgaven die deze recreanten doen tijdens hun verblijf. Het gaat hierbij om de volgende aantallen per jaar en uitgaven:

Wanneer er door de aanleg van windparken op de aangewezen gebieden dichter op de kust mogelijk minder toeristen naar de kust komen, dan heeft dat ook een impact op de werkgelegenheid in de recreatiesector. In het Decisio-rapport wordt dit effect berekend op tussen de 0 en 1.250 voltijdbanen. Dat aantal van 1.250 minder voltijdbanen treedt alleen op in het hoge scenario, het scenario dus, waarin alle mensen die zeggen weg te zullen blijven na de komst van de windparken ook echt wegblijven. Zoals gezegd is het echter niet waarschijnlijk dat die extreme situatie zich zal voordoen. Het onderzoek van bureau Motivaction bevestigt, dat de werkgelegenheidseffecten zich binnen de bandbreedte van het rapport van bureau Decisio zullen bevinden. In het lage scenario zijn er geen negatieve effecten op het aantal bezoekers.

Het bouwen en exploiteren van een windpark genereert banen. Voor de assemblage en aanleg gaat het dan om ongeveer 1.600 voltijdbanen aan tijdelijke Nederlandse werkgelegenheid. Het onderhoud en de exploitatie van de windparken biedt permanent werk aan ongeveer 475 mensen. Die permanente werkgelegenheid zal voor een deel in de kustregio ontstaan in en rond plaatsen met een haven (Den Helder, IJmuiden, Rotterdam en Scheveningen).

Geconcludeerd kan worden dat er bij realisatie van windparken op de aangewezen gebieden weliswaar verschuivingen van werkgelegenheid kunnen optreden tussen en binnen sectoren en regio’s, maar dat het netto-effect op de lange termijn gering zal zijn.

Veel indieners geven aan dat zij hun kritiek baseren op het onderzoek van Stichting Vrije Horizon. In de brief van 15 november 2016 (Kamerstukken II, 2016/17, 33 561, nr. 33) heeft de Minister van Economische Zaken een reactie gegeven op het onderzoekrapport van Stichting Vrije Horizon. Hij concludeert hierin, dat ook na actualisatie van de business case op basis van de nieuwe ECN-gegevens het kostenvoordeel van dichterbij de kust bouwen nog steeds substantieel groter is dan het ingeschatte maatschappelijk nadeel in termen van verminderde zichtbeleving en schade aan toerisme. Met dezelfde argumentatie als in deze brief worden ook de zienswijzen over werkgelegenheid hier weerlegd.

Indien toch blijkt dat nadeel wordt ondervonden door betrokkenen kan een separaat besluit genomen worden over de vraag of nadeelcompensatie verschuldigd is aan degenen die mogelijkerwijs hinder ondervinden van de aangewezen kavels. In die besluiten wordt overeenkomstig de criteria voor nadeelcompensatie getoetst of eventuele schade voorzienbaar was, of sprake is van een bijzondere last en of de last het normale bedrijfsrisico te boven gaat.

Het bevoegd gezag ziet, samenvattend, in de aangevoerde opmerkingen over de schade aan de regionale economie geen reden om een andere afweging te maken in de kavelbesluiten I en II Hollandse Kust (zuid).

Regeling
Kavelbesluit II windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0039112
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl