wetzoeker

2.1 — Windenergie op zee algemeen Kavelbesluit II windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)

Windenergie op zee algemeen

De besluitvorming over de kavelbesluiten I en II windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) past in een reeks besluiten die het kabinet in de afgelopen jaren heeft genomen over de groei van windenergie op zee. Inzet is geweest om windenergie op zee te stimuleren tegen zo laag mogelijke kosten. De daarvoor te zetten stappen zijn in besluiten vastgelegd. De duidelijkheid die hiermee ontstaat, is voor het bedrijfsleven van groot belang, om tijdig te kunnen werken aan business cases voor windmolenparken en om te kunnen besluiten over de grote investeringen die hiermee gemoeid zijn. Duidelijkheid is ook goed voor burgers en lokale besturen die immers moeten weten wat ze van het kabinet kunnen verwachten als er meer windmolenparken in hun regio en leefomgeving zullen komen.

In het SER-Energieakkoord voor Duurzame groei

65 SER (sept. 2013). Energieakkoord voor duurzame groei. Den Haag.

(verder: Energieakkoord) is afgesproken dat in 2023 op de Noordzee in totaal 4.450 MW windturbinevermogen operationeel moet zijn. Dat impliceert dat er vanaf 2015 nog 3.500 MW aan opwekkingsvermogen moet worden ontwikkeld. Marktpartijen streven hierbij naar een kostenreductie van 40% bij bouw en exploitatie van windmolenparken. Het kabinet zal zorgen voor een goed investeringsklimaat en voor voldoende geschikte gebieden op de Noordzee. Sinds de medeondertekening van Energieakkoord heeft het kabinet achtereenvolgens een aantal onderzoeken gedaan en ruimtelijke besluiten genomen die hieronder kort worden besproken.

Regeling
Kavelbesluit II windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0039112
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl