Voorschrift 2 — Windpark en bandbreedten Kavelbesluit II windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)
Windpark en bandbreedten
1. Het windpark wordt geplaatst binnen de contour met de volgende coördinaten:
UTM coördinaten (ETRS89, zone 31)
Locatie | Punt | Oostelijk | Noordelijk
Kavel II | S_09 | 563.073,9 | 5.797.187,7
Kavel II | S_10 | 570.003,9 | 5.797.059,0
Kavel II | S_11 | 570.376,5 | 5.797.159,5
Kavel II | S_12 | 571.344,5 | 5.791.559,5
Kavel II | S_13 | 564.370,2 | 5.789.770,2
Kavel II | WFZd_31 | 562.982,7 | 5.796.693,2
De kaart met de ligging van kavel II is opgenomen in de bijlage bij deze voorschriften.
2. Het tracé van de aansluitverbinding naar platform Alpha ligt binnen de volgende coördinaten:
UTM coördinaten (ETRS89, zone 31)
Locatie | Punt | Oostelijk | Noordelijk
Tracé | CE_06 | 570.740,4 | 5.797.257,7
Tracé | TOS_01 | 571.100,0 | 5.797.090,0
Tracé | CE_07 | 570.588,1 | 5.795.940,8
Tracé | S_11 | 570.376,5 | 5.797.159,5
De kaart met de ligging van het tracé is opgenomen in de bijlage bij deze voorschriften.
3. Leeg lid ivm consistente nummering tussen kavelbesluiten I en II
4. De rotorbladen van de windturbines blijven volledig binnen de in het eerste lidgenoemde contour en volledig buiten de in het derde lid genoemde onderhoudszones.
5. Het maximale aantal op te richten windturbines is 63.
6. Het maximale totale rotoroppervlak is 1.461.542 m2.
7. In het windpark worden uitsluitend turbines met, per turbine, een geïnstalleerd vermogen minimaal 6 MW geplaatst.
8. De minimale afstand tussen windturbines bedraagt 4 maal de rotordiameter uitgedrukt in meters.
9. De minimale tiplaagte is 25 meter boven zeeniveau (MSL).
10. De maximale tiphoogte is 251 meter boven zeeniveau (MSL).
11. De kabels vanaf de windturbines moeten aangesloten worden op platform Alpha.
12. De toegestane funderingen voor de windturbines zijn:
a. monopile;
b. tripod;
c. jacket;
d. gravity based;
e. suction bucket.
Indien de vergunninghouder een fundering wil toepassen die niet in dit lid is genoemd zal hij de milieueffecten hiervan moeten bepalen. De milieueffecten worden voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken. De milieueffecten mogen de grenzen die in dit besluit zijn vastgelegd niet overschrijden.
13. Als opofferingsanodes gebruikt worden als kathodische bescherming van stalen constructies, bestaan deze uit legeringen van aluminium of magnesium. De legeringen mogen kleine hoeveelheden(< 5 gewicht %) andere metalen bevatten.
14. De schepen die door of namens de vergunninghouder worden ingezet, moeten bij hun vaarbewegingen rekening houden met de aanwezigheid van zeehonden op de aanwezige platen en de aangewezen rustgebieden alsmede rekening te houden met aanwezige vogelconcentraties. Hierbij dienen de maatregelen zoals genoemd in het Beheerplan Voordelta, het Beheerplan Deltawateren, het Ontwerpbeheerplan Waddenzee en het Ontwerpbeheerplan Noordzeekustzone in acht te worden genomen. De bepalingen uit de betreffende (Ontwerp)Beheerplannen zijn opgenomen in de bijlage bij deze voorschriften. Dit voorschrift vervalt op het moment dat in het Beheerplan Voordelta, het Beheerplan Deltawateren, het Beheerplan Waddenzee en het Beheerplan Noordzeekustzone de schepen zoals bedoeld in de eerste volzin zijn opgenomen als bestaand gebruik.
15. De vergunninghouder spant zich aantoonbaar in om het park zodanig te ontwerpen en te realiseren dat het park actief bijdraagt aan versterking van een gezonde zee en versterking van behoud en duurzaam gebruik van soorten en habitats die van nature in Nederland voorkomen. De vergunninghouder stelt daartoe een plan van aanpak op en dient dat uiterlijk 8 weken voorafgaand aan de start van de bouw in bij de Minister van Economische Zaken. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform dit plan van aanpak.
16. De vergunninghouder spant zich aantoonbaar in om met inachtneming van geldende regelgeving het park zodanig te ontwerpen te bouwen en te exploiteren dat het windpark actief bijdraagt aan versterking van lokale en regionale economie. De vergunninghouder stelt daartoe een plan van aanpak op en dient dat uiterlijk 8 weken voorafgaand aan de start van de bouw in bij de Minister van Economische Zaken. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform dit plan van aanpak.
17. Tijdens reparaties en onderhoud van telecomkabels moet het aantal rotaties per minuut per windturbine van de windturbines, die zich in een straal van 1.000 meter van de reparatie- en onderhoudslocatie bevinden, tot minder dan 1 worden gebracht.
- Regeling
- Kavelbesluit II windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 17-07-2026
- BWB-id
- BWBR0039112
- Versie
- 2026-07-17_0