wetzoeker

1 — Energiebeleid; alternatieven voor windenergie Kavelbesluit I windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)

Energiebeleid; alternatieven voor windenergie

Zienswijzen:

Een beperkt aantal indieners van zienswijzen geeft aan dat zij niet overtuigd is van de urgentie van de bouw van windmolens op zee. Voor een deel hiervan geldt, dat zij niet overtuigd zijn dat met het opwekken van windenergie de uitstoot van CO2 verregaand wordt verminderd en indieners zien graag de impact van de windparken op de CO2 vermindering in de besluiten terug. Voor andere indieners geldt, dat zij menen dat andere duurzame energiebronnen binnen afzienbare tijd zodanig grootschalig kunnen worden benut dat windenergie niet of niet in de door de Nederlandse overheid nagestreefde mate nodig is.

Beantwoording:

Nederland voert al enige kabinetten lang een klimaatbeleid dat binnen de Europese Unie is afgestemd met de andere lidstaten. Hierbij gaan het streven naar het sterk verminderen van de uitstoot van CO2 en het besparen van energiegebruik en het ontwikkelen van bronnen van duurzame energie hand in hand. Doel is het beperken van de opwarming van de atmosfeer tot 2 graden Celsius

69 In het klimaatakkoord zoals dat in december 2015 in Parijs is afgesproken wordt zelfs gestreefd naar 1,5 graad Celsius, hiervoor is echter nog geen nieuw beleid vastgesteld.

om aldus ernstige maatschappelijke en economische gevolgen van klimaatverandering af te wenden. Nevendoel is het minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen, met name die uit politiek instabiele regio’s afkomstig zijn. Over dit streven bestaat in feite mondiale eenstemmigheid, gezien de ondertekening van het klimaatakkoord van Parijs (2015) en de inwerkingtreding ervan in oktober 2016. Het uiteindelijke doel hierbij is, om in 2050 een nagenoeg CO2-neutrale economie te bereiken.

Binnen de Europese Unie zijn hiervoor tussendoelen gesteld, namelijk 14% inzet van duurzame energie in 2020 (in het geval van Nederland) en 27% inzet van duurzame energie in 2030 (gemiddeld voor de gehele EU). In het Energieakkoord is 16% inzet van duurzame energie in 2023 afgesproken. In het Energieakkoord is een pakket aan maatregelen afgesproken waarmee die 16% in Nederland haalbaar is, waaronder de bouw van grootschalige windmolenparken in de Noordzee. Besparingen op energiegebruik zijn ook afgesproken en vormen onderdeel van het maatregelenpakket. Er moet 3.500 MW aan windenergie-opwekkingsvermogen op zee worden bijgebouwd. De routekaart (2014) van het kabinet geeft aan, hoe dit doel kan worden bereikt. In hoofdstuk 2 van het algemeen deel van de nota van beantwoording is toegelicht, welke besluiten het kabinet inmiddels heeft genomen om die 3.500 MW aan windmolenparken op zee mogelijk te maken.

Om de afgesproken doelstelling van 16% duurzame energie in 2023 te halen, zijn alle vormen van duurzame energie nodig. Het kabinetsstandpunt hierover is neergelegd in het Energierapport ‘Transitie naar duurzaam’ van januari 2016

70 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31510-50.html

. Hierin wordt gesteld dat Nederland vanwege zijn windrijke ligging goede mogelijkheden heeft voor windenergie, met name op zee. Alhoewel de opbrengsten op zee hoog zijn, is windenergie op zee vanwege de moeilijke fysieke omstandigheden duurder dan windenergie op land. Bovendien nemen de aansluitkosten sterk toe naarmate de afstand tot de kust groter wordt. De potentiële productie door windenergie op zee bedraagt 34 GigaWatt en dat van windenergie op land op 8 GigaWatt. Om deze reden is op de Noordzee een aantal windenergiegebieden aangewezen die een veel grotere capaciteit hebben dan de nu voor 2023 nagestreefde 4.450 MW. Deze korte-termijn-doelstelling kan worden gerealiseerd in meest nabij de kust gelegen windenergiegebieden. Als de kosten van offshore windenergie voldoende dalen, kunnen ook de verder weg gelegen windenergiegebieden van Hollandse Kust en het gebied IJmuiden Ver in gebruik worden genomen.

In de kamerbrief bij het aanbieden van het Energierapport is aangegeven, dat een dialoog over de transitie naar een duurzame energievoorziening moet bijdragen aan de verdere vormgeving van de energietransitie. De dialoog zal uitmonden in een beleidsagenda met concrete voorstellen die eind 2016 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.

Vooralsnog zijn veel duurzame energietechnologieën duurder dan fossiel opgewekte energie. Om projecten van de grond te krijgen, is financiële ondersteuning voor de meerkosten nodig. Op 19 mei 2015 zijn de maximale tenderbedragen zoals die volgen uit het Energieakkoord voor de tenders in Hollandse Kust bekend gemaakt. Op 5 juli 2016 is de uitslag van de tender voor de eerste twee parken in het windpark Borssele bekend gemaakt. De uitslag laat zien, dat de kosten (en daarmee de benodigde financiële ondersteuning vanuit de Stimuleringsregeling Duurzame Energie+) steeds verder dalen. De verwachting is dat deze trend zich doorzet.

Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van windenergie op zee een goede en kostenefficiënte keuze is voor het gevoerde klimaatbeleid en een noodzakelijke keuze voor het bereiken van 16% duurzame energie in 2023.

Regeling
Kavelbesluit I windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0039095
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl