wetzoeker

Artikel 7 Rechtspositieregeling Raad van bestuur UWV

1 Een lid onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens, indien daardoor de goede vervulling van zijn functie of het goede functioneren van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zouden zijn verzekerd.

2 Het is een lid verboden nevenbetrekkingen te vervullen die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.

3 Het is een lid in zijn functie verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen.

4 Een lid meldt een voornemen tot het openbaren van gedachten of gevoelens voorafgaand aan deze openbaring aan de minister.

Regeling
Rechtspositieregeling Raad van bestuur UWV
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2017
BWB-id
BWBR0039021
Versie
2017-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl