wetzoeker

Regeling tijdelijke aanwijzing bevoegde gerechten voor zaken van het LP en FP

Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 14 december 2016, nummer 2021135 tijdelijke aanwijzing van bevoegde gerechten als bedoeld in artikel 46a van de Wet op de rechterlijke organisatie voor zaken van het Landelijk Parket en Functioneel Parket (Regeling tijdelijke aanwijzing bevoegde gerechten voor zaken van het LP en FP)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2017
Rechtsgebied
Procesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0038924
Versie
2017-01-01_0
SHA-256 bron
99a8551b129c59af56f0bd761bc05776781c47fa88ccea4d800cc8a914d7574d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Artikel 1

Voor de behandeling van zaken van het Landelijk Parket, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het Functioneel Parket, bedoeld in artikel 9, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, die door het openbaar ministerie aanhangig zijn gemaakt bij de rechtbank Rotterdam, worden aangewezen als andere rechtbanken als bedoeld in artikel 46a, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie: de rechtbanken Amsterdam, Oost-Brabant en Overijssel.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017 en vervalt met ingang van 1 januari 2020.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijke aanwijzing bevoegde gerechten voor zaken van het LP en FP.