wetzoeker

A — Programma patiënt en informatie (deel 1) Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional

Programma patiënt en informatie

Het Programma patiënt en informatie bevat de volgende drie modules:

module A1: activiteiten die ertoe leiden dat het ziekenhuis uiterlijk per 1 juli 2018 minimaal een download van de volgende medische gegevens aan de patiënt aanbiedt:

– de elementen van de Basis Gegevensset Zorg (hierna: BGZ) (zie bijlage 2),

– specialistenbrieven,

– ontslagbrieven,

– laboratoriumuitslagen,

– radiologieverslagen, en

– het gebruikte type implantaat van een pacemaker, heup- of knieprothese, borstimplantaat of bekkenbodemmatje.

Onder download wordt verstaan het digitaal, in een formaat leesbaar op een computer (bijvoorbeeld PDF), verstrekken van informatie. De wijze waarop de digitale verstrekking plaatsvindt, wordt niet voorgeschreven. Het ziekenhuis moet ook een proces hebben ingericht voor de digitale aanlevering van de medische gegevensset aan de patiënt. Het aanbieden aan de patiënt houdt in dat het ziekenhuis deze informatie, uiterlijk binnen drie werkdagen nadat de patiënt hierom heeft verzocht, verstrekt.

Of een ziekenhuis module A1 heeft gerealiseerd, wordt beoordeeld op basis van de criteria zoals beschreven in het Handboek VIPP toetsingsprocedure voor de onafhankelijke toetsing door een EDP/IT auditor (zie onderdeel H).

module A2: activiteiten die ertoe leiden dat het ziekenhuis uiterlijk 31 maart 2020 beschikt over een beveiligd patiëntenportaal waarin de patiënt zijn gegevens kan raadplegen en in een gestructureerd formaat kan downloaden of een link naar een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) waarin het ziekenhuis gestandaardiseerd medische gegevens voor de patiënt kan uploaden, die de patiënt desgewenst kan doorzetten naar een andere zorgverlener. Dit patiëntenportaal of de informatie die naar een PGO wordt geüpload, bevat in elk geval de volgende elementen, dan wel voldoet aan de volgende voorwaarden:

– de gestandaardiseerde levering van de BGZ,

– inzage in de correspondentie over de patiënt naar andere hulpverleners in de keten. Deze correspondentie kan bestaan uit specialistenbrieven, voortgangsbrieven en ontslagbrieven,

– het gebruikte type implantaat indien sprake is van een pacemaker, een heup- of knieprothese, borstimplantaat of bekkenbodemmatje,

– tenminste 10% van alle patiënten logt daadwerkelijk in het patiëntenportaal of via de link naar een PGO in.

Met de implementatie van module A2 door het ziekenhuis wordt bereikt dat een patiënt via een patiëntenportaal of een link, digitaal de beschikking krijgt over zijn medische gegevens zodat hij deze eenvoudig kan gebruiken in zijn contacten met andere zorgverleners of ten behoeve van een goed overzicht van zijn eigen gezondheidssituatie. Om te zorgen dat de patiënt de benodigde gegevens ontvangt en kan gebruiken, wordt voorgeschreven welke gegevens het ziekenhuis moet verstrekken. Het gaat daarbij om gegevens die het ziekenhuis in het kader van het zorgproces heeft vastgelegd in het Elektronisch Patiënten Dossier (hierna: EPD). Ook moet de BGZ gestandaardiseerd worden verstrekt zodat de gegevens voor de patiënt en via de patiënt voor andere hulpverleners ook bruikbaar zijn. Verder dient het ziekenhuis de genoemde gegevens binnen zeven werkdagen nadat deze informatie beschikbaar is, aan de patiënt beschikbaar te stellen in het patiëntenportaal of via de link. De termijn van zeven werkdagen is een uiterste termijn. Daar waar het kan, is het streven om deze informatie realtime te verstrekken.

Een gestructureerde en uploadbare download van de medische gegevens betekent dat de patiënt de gestandaardiseerde medische gegevens in gestructureerde vorm kan downloaden. Doordat dit bestand gestandaardiseerd en gestructureerd is, kan het hergebruikt worden voor bijvoorbeeld een upload naar een PGO of naar een andere zorgverlener, waarbij er geen betekenis van de gegevens verloren gaat en gegevens niet hoeven te worden overgetypt. Bij het percentage van 10% patiënten gaat het om alle patiënten die in een periode van 30 dagen voorafgaand aan het aanvragen van de onafhankelijke toetsing (zie onderdeel H) contact hebben gehad met het ziekenhuis. Het gaat daarbij om contacten die in het kader van de zorg voor patiënten tussen zorgverlener en patiënt plaatsvinden en die als DBC activiteit worden vastgelegd. De voorwaarde dat ten minste 10% van alle patiënten daadwerkelijk inlogt, is gebaseerd op de verwachting dat niet alle patiënten evenveel belang hebben bij het digitaal beschikken over de betreffende medische gegevens. Patiënten die slechts eenmaal in het ziekenhuis naar een medisch specialist gaan en verder geen behandeling behoeven, zullen veelal weinig belang hebben bij het gebruiken van deze informatie. Patiënten die langdurig onder behandeling staan zullen een hogere informatiebehoefte hebben. Aangezien hier voor één percentage is gekozen voor alle typen patiënten, klinisch en poliklinisch, die daadwerkelijk inloggen is het een relatief laag percentage. Dit relatief lage percentage hangt ook samen met de cultuuromslag die nodig is, zodat de patiënten zelf daadwerkelijk gebruik maken van deze gegevens in hun zorgproces. Uit eerdere ervaringen met portalen blijkt verder dat 10% zeker geen percentage is dat eenvoudig kan worden bereikt.

Of het ziekenhuis voornoemd resultaat heeft behaald, wordt beoordeeld basis van de criteria zoals beschreven in het Handboek VIPP toetsingsprocedure voor de onafhankelijke toetsing door een EDP/IT auditor (zie onderdeel H).

module A3: activiteiten die ertoe leiden dat het ziekenhuis uiterlijk 31 maart 2020 tenminste drie van de vijf volgende subdoelstellingen bereikt:

1. het patiëntenportaal van het ziekenhuis beschikt over een functionaliteit om output van medische e-health interventies toe te voegen. Output betreft de informatie van de patiënt in een bepaalde app. Te denken valt aan zelfmetingen voor glucose, hartfalen of diabetes dagboeken). Minimaal één medische interventie is daadwerkelijk toegevoegd en wordt bij tenminste 5% van de doelgroep gebruikt.

2. tenminste 25% van de patiënten gebruikt het patiëntenportaal of de link naar een PGO. Dit wordt gemeten over een periode van 30 dagen voorafgaand aan het aanvragen van de toetsing (onderdeel H).

3. het ziekenhuis heeft de Medmij standaard op een zodanig wijze geïmplementeerd dat het voor patiënt mogelijk is om de medische gegevens volgens de standaard over te zetten naar het PGO van de patiënt.

4. het patiëntenportaal of de link naar een PGO bevat een overzicht van de zorgprofessionals die in de afgelopen 180 dagen het EPD van de patiënt hebben geraadpleegd.

5. het patiëntenportaal of de link naar een PGO bevat een overzicht van de bij het ziekenhuis bekende medicatie van de patiënt en de patiënt kan via het portaal of het PGO een verzoek tot aanpassing of aanvulling daarvan doen.

Regeling
Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
19-10-2019
BWB-id
BWBR0038920
Versie
2019-10-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl