wetzoeker

Besluit toestemming ex artikelen 4, derde lid, en 9, aanhef en onderdeel c, Bankwet 1998 (overdracht publieke taken betreffende munten aan De Nederlandsche Bank N.V.)

Besluit van 9 december 2016, houdende toestemming als bedoeld in de artikelen 4, derde lid, en 9, aanhef en onderdeel c, van de Bankwet 1998 in verband met de overdracht van publieke taken betreffende munten aan De Nederlandsche Bank N.V.

Soort
KB
Geldend vanaf
01-01-2017
Rechtsgebied
Bank- en effectenrecht, financiering, Bankrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0038890
Versie
2017-01-01_0
SHA-256 bron
194aa89c52e7daf73c2a807251b5d4df5bcf166e21dcbe1330ae6706e2464a3c

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

Aan De Nederlandsche Bank N.V. wordt toestemming verleend om de volgende taken uit te voeren:

a. het verzorgen van de geldsomloop voor zover deze uit munten bestaat;

b. het fungeren als Nationaal Analysecentrum voor Munten.

Artikel 2

Aan De Nederlandsche Bank N.V. wordt toestemming verleend om ter uitvoering van de in artikel 1 genoemde taken de volgende werkzaamheden te verrichten:

a. het in omloop brengen en de recirculatie van euromunten;

b. de inname van bijzondere munten alsmede van euromunten en bijzondere munten die ongeschikt zijn voor circulatie;

c. het op verzoek van de Minister ontwaarden en vervolgens verkopen van euromunten en bijzondere munten;

d. het beheer van het staatsmuntdepot en de niet voor productie van Nederlandse euromunten, bijzondere munten met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel, beleggingsmunten en munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel benodigde stempels en modellen.

Artikel 3

Het Besluit van 23 december 1992, tot uitvoering van artikel 21 van de Bankwet 1948 (Stb. 1992, 721) wordt ingetrokken.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.