Toelichting op de verbodsbepalingen Besluit beperking toegankelijkheid gebieden ex art. 20 Natuurbeschermingswet 1998, gelegen binnen het Natura 2000-gebied ‘Oosterschelde’
In artikel 1 is een toegangsbeperking voor burgerluchtvaartverkeer opgenomen. Laagvliegen kan door silhouetwerking en geluid tot substantiële verstoring van de in het gebied aanwezige vogels of zeehonden leiden. Het Natura 2000-gebied ‘Oosterschelde’ is dan ook gesloten voor burgerluchtvaart, tenzij gevlogen wordt boven 1000 voet (circa 300 meter), conform de ‘gedragscode verantwoord vliegen’.
Daarnaast is vliegen met een modelvliegtuig/modelluchtvaartuig, waaronder ook een drone (Unmanned aircraft systems (UAS) of Remotely piloted aircraft systems (RPAS)) wordt gerekend, volgens artikel 1 zowel buitendijks als binnendijks boven het Natura 2000-gebied niet toegestaan. Het gebruik van modelvliegtuigen/modelluchtvaartuigen, kan door de silhouetwerking, die vergelijkbaar is met die van roofvogels, tot verstoring leiden van broedende, rustende en/of foeragerende vogels.
Tenslotte is in artikel 1 het kitesurfen in het gebied gereguleerd. Kitesurfers kunnen verstorend werken als ze in de nabijheid van broed-, rust- en/of foerageergebied, dan wel hoogwatervluchtplaats voor vogels komen of als ze rust-, werp- en/of zooggebieden voor de gewone zeehond te dicht naderen. Om ruimte te bieden voor kitesurfen zijn enkele kitesurfzones aangewezen. Deze zijn gelegen buiten de voor verstoring gevoelige gebieden. Om duidelijkheid te bieden voor de gebruikers over de ligging en omvang van deze zones zijn ze op de bij dit besluit behorende kaart aangegeven en zijn de exacte coördinaten in bijlage 1 van dit besluit vermeld.
De toegankelijkheid van in artikel 2 genoemde schorren is beperkt vanwege de kwetsbaarheid van de schorvegetaties en het voorkomen van vogels. De schorren liggen boven gemiddeld hoog water en stromen bij vloed incidenteel onder. De toegangsbeperking geldt ook voor de in de schorren gelegen geulen en prielen. Voor delen van enkele schorgebieden wordt jaarlijks vergunning verleend voor het snijden van zeegroente.
In de in artikel 3 genoemde niet toegankelijke gebieden is het vanwege de kwetsbaarheid van vogels en zeehonden voor verstoring niet toegestaan zich daar te bevinden. Door beperking van de toegankelijkheid van deze gebieden wordt gewaarborgd dat op hoogwatervluchtplaatsen voor vogels, zeehondenrust- en werpplaatsen en plekken met overige kwetsbare en voor verstoring gevoelige soorten en/of habitattypen een wezenlijke bijdrage wordt geleverd aan de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten en habitattypen.
Enkele activiteiten zijn in de niet toegankelijke gebieden wel toegestaan. Het betreft onder meer het betreden van de hoge schelpenrug aan de oostzijde van de Roggenplaat in de zomerperiode (15 juni tot en met 14 september), welke tijdens de hoogwaterperiode permanent droog blijft en doorvaart door de Oliegeul gedurende het gehele jaar. Ter voorkoming van verstoring van vogels op het resterende deel van de Roggenplaat zijn loslopende honden op de schelpenrug niet toegestaan.
Daarnaast is het varen en ankeren in een zone van 100 meter buiten (en direct aansluitend aan) de betonning toegestaan. Deze 100 meter zone biedt onder andere de mogelijkheid tot beroeps- en sportvisserij.
In de in artikel 4 genoemde beperkt toegankelijke gebieden is het vanwege de kwetsbaarheid van vogels voor verstoring niet toegestaan zich te bevinden op slikken en platen (drooggevallen intergetijdengebied). Activiteiten die plaats vinden in het water, zoals zwemmen, varen en/of ankeren, beroeps- en sportvisserij, kunnen in deze gebieden gewoon doorgang vinden. Het hoge deel van de plaat tegenover de haven van St. Annaland (Krabbenkreek) is in de periode 15 juni tot en met 14 september daaropvolgend uitgezonderd van het verbod om zich de drooggevallen delen te bevinden. Op dit deel van de plaat kan in deze periode gerecreëerd worden. Ter voorkoming van verstoring van vogels op het resterende deel van de plaat zijn loslopende honden op de plaat niet toegestaan.
Het betreden van drooggevallen strekdammen in gebieden waar een toegangsverbod geldt is toegestaan, zodat op een aantal plaatsen sportvissers en andere bezoekers via de dammen de mogelijkheid hebben bij de waterlijn te komen.
In de Oosterschelde zijn een aantal locaties aangewezen voor het handmatig spitten van zeeaas. Sportvisserij Nederland beschikt over een vergunning ex artikel 19d van de Nb-wet 1998, die aan individuele spitters mag worden doorgegeven. Het spitten van zeeaas met een dergelijke vergunning is, voor zover het een aangewezen locatie is, uitgezonderd van het verbod om zich de drooggevallen delen te bevinden.
De toegankelijkheidsregeling komt grotendeels overeen met de toegankelijkheidsregeling 1990, rekening houdend met de resultaten van de in 1997 uitgevoerde evaluatie van de toegankelijkheidsregeling 1990, de veranderingen in het abiotische omstandigheden van het Oosterschelde-ecosysteem, waarbij met name de zandhonger met worden genoemd, en de ontwikkeling van de natuurwaarden.
De toegankelijkheidsregeling 1990 kende een categorie ‘toegankelijk’, waarbij drooggevallen slikken en platen betreden konden worden, met uitzondering van schelpdierpercelen, welke door bebakening zijn aangegeven. Die categorie komt in deze toegankelijkheidsregeling niet meer terug, omdat op grond van artikel 20 van de Nb-wet 1998 alleen de noodzaak tot bescherming van natuurwaarden aanleiding kan geven de toegankelijkheid van bepaalde gebieden te beperken. Om deze reden vallen ook de diepere delen van het Neeltje Jans-Roggenplaatcomplex bij de Oosterscheldekering niet meer onder de toegankelijkheidsregeling
Bij de evaluatie van de toegankelijkheidsregeling is voorgesteld de openstelling van de Kop van de Vondelingsplaat te verruimen, omdat het gebied toen niet bleek te functioneren als rustgebied voor zeehonden, zoals aanvankelijk werd voorspeld. Inmiddels blijkt uit frequente tellingen dat, naast het Roggenplaat-Neeltje Janscomplex, de Kop van de Vondelingsplaat een vaste ligplaats voor zeehonden is, waardoor het gebied niet toegankelijk blijft.
In het kader van het opstellen van het beheerplan voor de Deltawateren vindt een brede, integrale afweging plaats van de verschillende belangen in het gebied van de Oosterschelde. De in dit besluit opgenomen beperking van de toegankelijkheid van gebieden is in lijn met de in het beheerplanproces voorgenomen maatregelen ter realisering van de instandhoudingsdoelstellingen.
- Regeling
- Besluit beperking toegankelijkheid gebieden ex art. 20 Natuurbeschermingswet 1998, gelegen binnen het Natura 2000-gebied ‘Oosterschelde’
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 19-11-2016
- BWB-id
- BWBR0038733
- Versie
- 2016-11-19_0