wetzoeker

Beperking toegankelijkheid Besluit beperking toegankelijkheid gebieden ex art. 20 Natuurbeschermingswet 1998, gelegen binnen het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’

Het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’ is een belangrijk leefgebied voor één soort kustbroedvogel, één soort moerasbroedvogel en acht soorten (doortrekkende en overwinterende) watervogels. Daarnaast is het gebied van belang voor habitattypen gebonden aan zoete getijdennatuur, voor noordse woelmuis, bever en doortrekkende vissen.

De Deltawateren, waar het Hollands Diep onderdeel van is, zijn van nationaal en internationaal belang voor vogels. Diverse trekvogels zijn afhankelijk van de Delta als overwinteringsgebied, als ruigebied of als tussenstop, bijvoorbeeld tijdens de trek van hun broedgebieden in Scandinavië, Noordwest-Rusland en Siberië naar de overwinteringgebieden in West-Afrika. De vogels gebruiken de Delta om op krachten te komen voor het vervolg van hun reis (‘opvetten’). De Deltawateren herbergen een relatief groot en gevarieerd voedselaanbod, met visrijke open én ondiepe (doorwaadbare) wateren, waterplanten en zeeslavelden, voedselrijke binnendijkse graslanden, slikken, platen, gorzen en schorren, zilte en zoete moerasbegroeiingen. Hiervan profiteren vis-, bodemfauna- en plantenetende (trek)vogels.

Het open water van het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’ en de buitendijkse natuurgebieden langs de oevers zijn van belang als rust-, rui- en foerageergebied voor eenden, ganzen en zwanen en voor lepelaars. Op de Sassenplaat is bovendien een groeiende kolonie broedende lepelaars aanwezig. Het gebied biedt een combinatie van veilige rustplaatsen (open water) en voedselrijke, ondiepe en luwe zones. Ook zijn er voor plantenetende watervogels voedselrijke graslanden, namelijk de grasgorzen tussen Willemstad en Noordschans. De grasetende eenden, ganzen en zwanen hoeven dus geen grote afstanden af te leggen als ze pendelen tussen slaapgebieden en foerageergebieden.

De Deltawateren zijn gezamenlijk één van de belangrijkste poorten voor trekvissen (zoals elft, fint, rivierprik, zeeprik en zalm) om paai- en opgroeigebieden in en langs de Rijn, de Maas en de Schelde te bereiken. Het Hollands Diep is bovendien een potentieel paaigebied voor soorten die dichter bij het estuarium opgroeien, zoals de fint, en potentieel opgroeigebied voor zeeprik, rivierprik, en elft, die (evenals zalm) verder stroomopwaarts paaien en zich daarna stroomafwaarts laten zakken. Zeeprikken laten zich na het ei-stadium stroomafwaarts afzakken naar slibrijke plaatsen in de rivier. Hier leven de prikkenlarven 6 tot 8 jaar, ingegraven in slibrijke bodems. Het Hollands Diep heeft potenties om een opgroeigebied voor dergelijke prikkenlarven en voor juveniele elft en fint te zijn. Voor de fint kan het Hollands Diep op termijn als paaigebied fungeren, maar daarvoor moet de waterkwaliteit verder verbeteren. Jonge zalm trekt door naar zee en groeit daar op.

Met het aanleggen van nieuwe en het herstellen van bestaande vooroeververdedigingen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water zijn op enkele plaatsen de oevers van de gorzen tussen Willemstad en Noordschans aangepast en extra beschermd en is er een interessant leefgebied ontstaan voor vogels en trekvissen.

In het Hollands Diep is nog een klein beetje indirect getij aanwezig, dat via de Nieuwe Waterweg binnen komt. Langs het Hollands Diep liggen buitendijkse natuurgebieden met zachthoutooibossen, rietruigtes, slikkige rivieroevers en grasgorzen. In deze natte biotopen vinden bevers en noordse woelmuizen hun leefgebied.

De toegankelijkheid van het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’ als geheel of van een aantal deelgebieden wordt met dit besluit beperkt voor zover dit noodzakelijk is voor de bescherming van de natuurwaarden.

Regeling
Besluit beperking toegankelijkheid gebieden ex art. 20 Natuurbeschermingswet 1998, gelegen binnen het Natura 2000-gebied ‘Hollands Diep’
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
19-11-2016
BWB-id
BWBR0038731
Versie
2016-11-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl