8 — Subsidiabele kosten Besluit vaststelling beleidsregels subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Fonds Bestrijding Kinderarbeid)
Subsidiabele kosten
Voor de projectkosten die in aanmerking kunnen worden genomen bij het bepalen van de subsidie gelden de volgende uitgangspunten:
– voor kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd voor het project wordt geen subsidie verleend;
– voor kosten die niet direct zijn gerelateerd aan het project wordt geen subsidie verleend;
– voor kosten voor projectmanagement, zijnde enkel de projectcoördinatie, geldt een maximum van 10% van het totaal aantal opgevoerde dagen onder tijdsbesteding in Nederland en het buitenland;
– voor de inhuur van medewerkers, bijvoorbeeld ZZP-ers, wordt een maximum uurtarief van € 87,50 euro gehanteerd;
– de interne kosten van de aanvrager of partner worden zonder winstopslag in aanmerking genomen;
– kosten in landen buiten Europa worden aan lokale maatstaven getoetst.
De subsidiabele kosten betreffen uitsluitend kosten gemaakt na indiening van de aanvraag en het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken medewerkers in loondienst bij de aanvrager en/of partner ten behoeve van deze activiteiten hebben gemaakt, vermenigvuldigd met maximaal een vast uurtarief van € 87,50 waarin zowel de directe loonkosten als daaraan toegerekende indirecte kosten zijn begrepen. Deze kosten kunnen worden vermeerderd met:
a. De kosten van het gebruik van hardware, gebouwen en/of software. Voor het bepalen van de economische afschrijving worden vaste afschrijvingstermijnen gehanteerd:
– Hardware (machines, installaties): 5 jaar
– Gebouwen (indien gericht op activiteiten voor bijeenkomsten, kennisoverdracht en/of scholing: 30 jaar
– Software: 3 jaar
De grondslag voor het bepalen van de afschrijvingskosten is de aanschafprijs van het product, rekening houdend met de eventuele restwaarde en vermeerderd met eventuele aanpassingskosten.
b. Reiskosten: internationale reiskosten en interlokale reiskosten buiten Nederland op basis van economy class;
c. Verblijfkosten: de maximale vergoeding voor verblijfkosten is het aantal overnachtingen maal de logies- en overige kosten conform de Daily Subsistence Allowance Rates (DSA-lijsten) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, geldend op de startdatum van het project: Bijlage I behorende bij artikel 3, eerste lid, van de Reisregeling buitenland.
In aanvulling op de hierboven genoemde reis- en verblijfskosten kunnen ook extra reis- en verblijfkosten vanwege de risico’s, verzekering en negatief reisadvies subsidiabel zijn, mits goed onderbouwd in de aanvraag. In afwijking op het hierboven genoemde vaste uurtarief wordt het uurtarief voor personeel van de aanvrager en/of partners in het land buiten Europa naar lokale maatstaven vastgesteld tot maximaal dit vaste uurtarief.
Niet subsidiabel zijn in ieder geval de volgende kosten:
– Kosten voor het ontwikkelen van de aanvraag en het aanvragen van subsidie en andere kosten die voor indiening van de aanvraag zijn gemaakt;
– Financieringskosten en rentevergoedingen;
– Omzetbelasting;
– Kosten veroorzaakt door inflatie en wisselkoersschommelingen;
– Kosten gerelateerd aan promotionele of verkoopactiviteiten of promotiemateriaal;
– Algemene vertaalkosten;
– Kosten van tenaamstelling en instandhouding van rechten van intellectueel eigendom.
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregels subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Fonds Bestrijding Kinderarbeid)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 12-11-2016
- BWB-id
- BWBR0038707
- Versie
- 2016-11-12_0