2 — Doel en aanpak Besluit vaststelling beleidsregels subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Fonds Bestrijding Kinderarbeid)
Doel en aanpak
Dit subsidieprogramma heeft tot doel bij te dragen aan het uitbannen van alle kinderarbeid (volgens de ILO-norm) voor 2025. Dit is het einddoel waar Nederland zich aan heeft verbonden op basis van target 8.7 van de ‘Sustainable Development Goals’.
9 www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2015/09/28/duurzame-ontwikkelingsdoelen-2030-luiden-nieuwe-fase-in
Met het oog daarop worden de volgende subdoelen nagestreefd:
a. Het Nederlandse bedrijfsleven neemt een actieve rol in het uitbannen van kinderarbeid.
Vooralsnog worden veel initiatieven met name door NGO’s uitgevoerd en nog minder door het bedrijfsleven zelf. Dit subsidieprogramma beoogt een veel actievere rol van het bedrijfsleven. Bedrijven zullen meer inzicht verkrijgen in hun positie in de keten, in welke mogelijkheden, en eventueel verplichtingen, zij hebben bij het aanpakken van kinderarbeid in hun keten, alsmede inzicht in de mogelijke economische gevolgen voor hun bedrijfsvoering en businesscase die moeten worden gemitigeerd. Doordat het subsidieprogramma ook zal bijdragen aan het verspreiden van kennis en mogelijke handelingsperspectieven voor bedrijven, zullen (andere) bedrijven eerder weten wat ze kunnen doen.
b. Het uitbannen van kinderarbeid vindt plaats waar nodig in de keten en met de juiste samenwerkingspartners.
Maatregelen tegen kinderarbeid zijn veelal nodig in het bedrijf zelf, in de samenwerking tussen bedrijven en andere stakeholders en op de geografische locaties waar kinderarbeid plaatsvindt. NGO’s en bedrijven kunnen zo leren beter ‘elkaars taal’ begrijpen.
c. Hefboom voor andere onderwerpen in de keten.
Kinderarbeid heeft als voordeel boven andere mensenrechten-issues dat er grote overeenstemming is dat dit niet zou mogen voortbestaan. Kinderarbeid is tegelijk zo nauw verweven met andere issues, dat de aanpak ervan als een hefboom of een ingang kan werken om ook gerelateerde issues aan te pakken (bijvoorbeeld leefbaar loon of vrijheid van vakvereniging), die minder worden erkend.
De volgende elementen zijn belangrijk bij het bestrijden van kinderarbeid:
Due diligence | Identificeren wat de mogelijke en werkelijke impact van het Nederlandse bedrijf op kinderarbeid is: In de keten, weten waar het product, halffabricaten en grondstoffen vandaan komen, waar mogelijk kinderarbeid plaatsvindt en weten wat de eigen positie is (zijn er kinderen in dienst bij het bedrijf, draagt het bedrijf eraan bij of is er een link).
Integreren in het bedrijf en actie nemen Bedrijfsprocessen onder de loep nemen/verbeteren. Investeren in kennis en capaciteit op kinderarbeid, kijken naar prijsbeleid, productieontwikkeling, commitment CEO, grievance mechanisme, beloningssysteem. En maatregelen nemen om kinderarbeid te voorkomen.
Monitoren Nagaan of wel de juiste maatregelen worden genomen, of ze effectief zijn. Audits kunnen hierbij behulpzaam zijn, maar werkt maar beperkt voor kinderarbeid. Ontwikkelen van een goede lokale stakeholder dialoog kan hierbij behulpzaam zijn.
Communiceren Transparantie is van belang, met name transparantie naar stakeholders toe. Het bedrijf legt verantwoording af over zijn aanpak.
Geïntegreerde en integrale benadering | Niet alleen een deel van het probleem aanpakken, maar integraal. Zowel trainingen, als bewustmaken van leveranciers, ouders, community, en een alternatief bieden, maar ook kijken naar leefbaar loon, vrijheid van vakvereniging, samenhang met genderverschillen en goede scholing en kinderopvang.
Maatwerk: identificatie van de ‘root causes’ | Aanpak van kinderarbeid dient fundamenteel te zijn, gericht op de grondoorzaken, anders wordt het probleem namelijk slechts verplaatst en komt het kind zo mogelijk in een slechtere situatie (bijvoorbeeld bedelen op straat of prostitutie). Mede daarom is het bestrijden van kinderarbeid via certificering van producten niet voldoende gebleken.
Preventie | Via aanpak van de oorzaken: voorbeelden zijn bewustzijn creëren, sociale vangnetten, goede en toegankelijke scholing, armoedebestrijding.
Gebiedsgerichte aanpak | Maakt het mogelijk alle stakeholders te betrekken en het probleem niet te verschuiven van de ene naar de andere sector.
Samenwerking en dialoog met stakeholders | Tussen certificeerders, sectorpartners (ook concurrenten), met NGO’s en vakbonden. Dialoog met de mensen wie het aangaat (ouders en kinderen).
Dus ook: samenwerking met leveranciers | Door langdurige relaties en duidelijke communicatie van verwachtingen (ook over wat kinderarbeid is).
En: betrek de lokale overheid | Ook voor onderwijs, handhaving lokale wetgeving. Bedrijven kunnen invloed uitoefenen op de lokale overheid.
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregels subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Fonds Bestrijding Kinderarbeid)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 12-11-2016
- BWB-id
- BWBR0038707
- Versie
- 2016-11-12_0