wetzoeker

3.7 — Vererving bij samenwoners met kinderen Schenk- en erfbelasting, toepassing van artikel 9, 10 en 15 van de Successiewet 1956

Vererving bij samenwoners met kinderen

Samenwoners met kinderen kunnen de vererving laten verlopen zoals bij de wettelijke vererving die geldt voor gehuwden met kinderen. Zij laten in dat geval een testament opmaken waarin de langstlevende partner als enig erfgenaam wordt benoemd. De kinderen krijgen hun erfdeel door een nog niet opeisbaar legaat. Deze situatie valt onder de uitzondering van artikel 10, vijfde lid, van de Successiewet 1956, zodat de fictie niet van toepassing is. Als door de oprenting de schuld van de langstlevende op grond van het legaat boven nominaal komt, is echter voor het meerdere de fictie wel van toepassing op grond van artikel 10, negende lid, van de Successiewet 1956. Deze testamentvorm wordt bij samenwoners met kinderen in het algemeen gebruikt om een gelijkschakeling te krijgen met het wettelijk erfrecht bij gehuwden. Ik heb begrip voor bonafide situaties waarin de samenwoners met kinderen hun nalatenschap op die wijze wensen af te wikkelen. In de nota naar aanleiding van het verslag van het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2012 is aangegeven dat hiervoor een regeling zal worden getroffen.

6 Kamerstukken II 2011/12, 33 004, nr. 5, p. 4.

Daarom keur ik het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur onder voorwaarden goed dat artikel 10, negende lid, van de Successiewet, niet van toepassing is voor zover ongehuwde partners voor de verdeling van hun nalatenschap aansluiten bij de wettelijke verdeling als bedoeld in artikel 4:13 van het Burgerlijk Wetboek.

Voorwaarden

Voor de goedkeuring gelden de volgende vier voorwaarden.

− De goedkeuring geldt voor niet opeisbare geldvorderingen op de als erfgenaam achtergelaten langstlevende partner.

− De geldvordering vloeit voort uit een legaat of erfstelling in het testament van de eerst overleden partner waarin de langstlevende partner tot erfgenaam is benoemd.

− De geldvordering is verkregen door een kind van de langstlevende partner of de eerst overleden partner.

− Partners zijn degenen die op het tijdstip van overlijden van de eerst overleden partner, partners zijn als bedoeld in artikel 1a, eerste, tweede, derde of vijfde lid, van de Successiewet (in 2010: artikel 1a, vierde, vijfde, zesde of achtste lid).

Uiteraard gelden de overige bepalingen van de Successiewet onverkort. Als het rentebestanddeel op de vordering hoger is dan 6% samengestelde rente, wordt het meerdere bij het opeisbaar worden van de geldlening of bij aflossing van de geldlening belast op grond van artikel 9 van de Successiewet.

Regeling
Schenk- en erfbelasting, toepassing van artikel 9, 10 en 15 van de Successiewet 1956
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
02-11-2016
BWB-id
BWBR0038672
Versie
2016-11-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl