wetzoeker

3.5 — Herstel afstand van vruchtgebruik Schenk- en erfbelasting, toepassing van artikel 9, 10 en 15 van de Successiewet 1956

Herstel afstand van vruchtgebruik

Naar aanleiding van de intrekking van de besluiten van 30 november 1964, nr. D4/8981 en 25 augustus 1980, nr. 280-11466, hebben ouders er in een aantal gevallen voor gekozen om afstand te doen van het vruchtgebruik van de woning en deze woning vervolgens te huren van hun kind(eren). De gedachte daarbij was dat dan geen erfbelasting over de woning zou zijn verschuldigd bij het overlijden van de ouders. Door de keuze om afstand te doen van het vruchtgebruik zijn de kinderen overdrachtsbelasting verschuldigd, en bij schenking eventueel schenkbelasting. Ook kunnen er andere (fiscale) gevolgen zijn, bijvoorbeeld voor de berekening van rendementsgrondslag in box 3. In de antwoorden van 18 oktober 2011, nr. DGB/2011/5072U, op de Kamervragen van de leden Omtzigt en Ormel is het standpunt van de Belastingdienst bevestigd dat bij omzetting van het vruchtgebruik in een huurrecht artikel 10 van de Successiewet onverkort van toepassing blijft. Zoals in de antwoorden op de Kamervragen is benadrukt, geldt de daarin toegezegde (in onderdeel 3.4 opgenomen) overgangsregeling ook voor situaties waarin het vruchtgebruik inmiddels is omgezet in huur. Door het standpunt dat bij de omzetting van vruchtgebruik in huur artikel 10 van de Successiewet blijft gelden en er daarnaast alsnog een overgangsregeling is getroffen, willen partijen in sommige gevallen de vruchtgebruiksituatie herstellen omdat de eerdere afstand van het vruchtgebruik achteraf volgens hen niet zinvol was.

Voor de fiscale gevolgen van de afstand van het vruchtgebruik sluiten de wettelijke bepalingen van de Successiewet en de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 aan bij het civiele recht. Op grond daarvan zal wettelijk overdrachtsbelasting verschuldigd zijn zowel bij het afstand doen als het opnieuw vestigen van vruchtgebruik. Bij een schenking geldt hetzelfde voor de schenkbelasting. Omdat een overgangsregeling in eerste instantie was afgewezen en partijen in de veronderstelling verkeerden dat bij omzetting in huur artikel 10 van de Successiewet buiten toepassing zou blijven, zijn gevallen bekend waarin ouders vanuit die veronderstelling afstand hebben gedaan van het vruchtgebruik. Gezien deze bijzondere omstandigheid ben ik bereid om bij herstel van de (oude) vruchtgebruiksituatie, te beoordelen of een tegemoetkoming kan worden verleend in de overdrachtsbelasting of schenkbelasting die is verschuldigd bij de afstand van het vruchtgebruik en het herstel daarvan. Ik heb daarbij alleen gevallen op het oog waarin de notariële akte van afstand van vruchtgebruik is verleden vóór 1 januari 2012. Bovendien moet de afstand van het vruchtgebruik daadwerkelijk juridisch zijn hersteld. Als het vruchtgebruik niet meer kan worden hersteld of als partijen het vruchtgebruik niet willen herstellen, wordt geen tegemoetkoming gegeven.

Verzoeken kunnen worden voorgelegd aan de Belastingdienst/Directie Vaktechniek/Team Brieven en beleidsbesluiten, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag. Ik zal dan beoordelen of in de concrete situatie een tegemoetkoming kan worden verleend.

Regeling
Schenk- en erfbelasting, toepassing van artikel 9, 10 en 15 van de Successiewet 1956
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
02-11-2016
BWB-id
BWBR0038672
Versie
2016-11-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl