wetzoeker

3.2 — Schuldigerkenningen uit vrijgevigheid Schenk- en erfbelasting, toepassing van artikel 9, 10 en 15 van de Successiewet 1956

Schuldigerkenningen uit vrijgevigheid

Bij schuldigerkenningen uit vrijgevigheid kan bij overlijden van de schuldigerkenner sprake zijn van een fictieve verkrijging. Bij een schuldigerkenning uit vrijgevigheid blijft toepassing van artikel 10 van de Successiewet achterwege als is voldaan aan de volgende twee voorwaarden:

− De schuldigerkenner heeft daadwerkelijk jaarlijks een vergoeding betaald voor het door hem schuldig erkende bedrag.

− De vergoeding is ten minste gelijk aan 6% van het schuldig erkende bedrag (artikel 10, derde lid, van de Successiewet).

De daadwerkelijke jaarlijkse vergoeding van ten minste 6% van het schuldig erkende bedrag volstaat, ook als de zakelijke rente op zich hoger zou zijn dan 6%. Door het opnemen van deze 6%-normrente wordt enerzijds bereikt dat hetgeen de overledene geacht kan worden te genieten aan een maximum wordt gebonden en anderzijds dat er ook genot is als de vergoeding daar beneden ligt. Dus ook bij bijvoorbeeld een rente van 5,8% is er sprake van genot; een beetje genot is immers ook genot. Het genot is ook behouden indien 10% is overeengekomen en de ouder 6% betaalt. In dit geval heeft de ouder het genot over de rente behouden.

2 Kamerstukken II 2008/09, 31 930, nr. 9, p. 40.

Regeling
Schenk- en erfbelasting, toepassing van artikel 9, 10 en 15 van de Successiewet 1956
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
02-11-2016
BWB-id
BWBR0038672
Versie
2016-11-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl