wetzoeker

3.1 — Gesplitste aankoop Schenk- en erfbelasting, toepassing van artikel 9, 10 en 15 van de Successiewet 1956

Gesplitste aankoop

Tot en met 2009 gold artikel 10 van de Successiewet voor de situatie waarin de erflater zelf de eigendom overdroeg onder voorbehoud van een genotsrecht (vruchtgebruik of periodieke uitkering). Voor overlijdens vanaf 1 januari 2010 is artikel 10 van de Successiewet ook van toepassing bij de zogenoemde gesplitste aankoop en de splitsing na aankoop van de volle eigendom.

Een voorbeeld van een gesplitste aankoop is dat tegelijkertijd de ouder(s) het vruchtgebruik en het kind de bloot eigendom van een goed kopen van een derde. Een voorbeeld van de splitsing na de aankoop is dat het kind van een derde de volle eigendom koopt en vervolgens het vruchtgebruik overdraagt aan zijn ouder(s).

Opgeofferd bedrag

Bij de toepassing van artikel 10 van de Successiewet komt in mindering hetgeen de verkrijger heeft opgeofferd voor zijn fictieve verkrijging (artikel 7, eerste lid van de Successiewet). Voor de gesplitste aankoop en de splitsing na aankoop werkt dit als volgt uit. Bij de gesplitste aankoop is hetgeen het kind heeft opgeofferd de koopsom voor de bloot eigendom van de derde. Bij de splitsing na aankoop is hetgeen het kind heeft opgeofferd de waarde van de bloot eigendom ten tijde van de splitsing.

Het opgeofferd bedrag wordt vermeerderd met 6% enkelvoudige rente (artikel 7, derde lid, van de Successiewet) van de dag van de betaling tot en met de dag van het overlijden. De fictieve verkrijging kan hiermee echter niet negatief worden (artikel 7, eerste lid, slot, van de Successiewet).

Voorbeeld

Het kind verkreeg op 2 februari 2002 de bloot eigendom van een woning van een derde voor € 100.000. Het kind betaalde hierover € 6.000 overdrachtsbelasting. Zijn ouder verkreeg van die derde het vruchtgebruik van die woning. De ouder overleed op 1 februari 2012. Artikel 10 van de Successiewet is van toepassing. Het door het kind opgeofferde bedrag is:

De betaling voor de bloot eigendom op 1 februari 2002 | € 100.000

De enkelvoudige oprenting over € 100.000, 10 x 6% | € 60.000

Totaal opgeofferd | € 160.000

De overdrachtsbelasting die de ouder heeft betaald voor de verkrijging van het vruchtgebruik komt niet in mindering op de door het kind verschuldigde belasting (artikel 7, tweede lid, van de Successiewet). Het kind heeft die overdrachtsbelasting immers niet (zelf) betaald. De overdrachtsbelasting die het kind heeft betaald voor de verkrijging van de bloot eigendom komt ook niet in mindering omdat de betaling van de koopsom voor de bloot eigendom geheel als opgeofferd bedrag in aftrek wordt gebracht en daardoor niet in de heffing van de erfbelasting wordt betrokken.

Regeling
Schenk- en erfbelasting, toepassing van artikel 9, 10 en 15 van de Successiewet 1956
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
02-11-2016
BWB-id
BWBR0038672
Versie
2016-11-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl