wetzoeker

Artikel 32 Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten

Bijzondere voorschriften voor massameters

De meetwaardeopnemer van een massameter is voorzien van een referentiekenmerk welke een vaste positie heeft ten opzichte van een referentiepunt van het meetreservoir en met behulp waarvan:

a. de verticale afstand tussen de dipplaat en het referentiekenmerk van de onderste meetwaardeopnemer binnen 2 mm van de in de verwerkingseenheid vast ingestelde lengte kan worden bepaald en gecontroleerd;

b. de verticale afstand tussen de referentiekenmerken van de onderste meetwaardeopnemer en een eventuele tweede meetwaardeopnemer die wordt gebruikt om de vloeistofdichtheid te meten binnen 0,1% van de in de verwerkingseenheid vast ingestelde lengte kan worden bepaald en gecontroleerd.

Regeling
Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2019
BWB-id
BWBR0038639
Versie
2019-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl