wetzoeker

Artikel 6 Besluit digitale stukken Strafvordering

[authenticatie en elektronische handtekening]

1 De elektronische handtekening, bedoeld in artikel 138e van de wet, met behulp van een middel als bedoeld in artikel 5, voldoet aan de volgende eisen:

a. de ondertekenaar heeft zich geauthenticeerd met behulp van een middel dat voldoet aan de eisen, gesteld in artikel 5, en

b. de gegevens waaruit de elektronische handtekening bestaat zijn op zodanige wijze verbonden aan de elektronische gegevens waarop deze betrekking heeft, dat de identiteit van de ondertekenaar, het moment van ondertekening en elke wijziging na ondertekening van de gegevens kan worden vastgesteld.

2 De elektronische handtekening, bedoeld in artikel 138e van de wet, zijnde een handgeschreven handtekening op een elektronische gegevensdrager, voldoet aan de volgende eisen:

a. de ondertekening heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van of wordt gedaan door:

– een rechter of griffier;

– een ambtenaar belast met de opsporing van strafbare feiten als bedoeld in de artikelen 141 en 142 van de wet;

– een ambtenaar belast met de betekening en kennisgeving van gerechtelijke mededelingen, bedoeld in artikel 36b, tweede en derde lid, van de wet, en

b. de biometrische of grafische handtekening is op zodanige wijze aan de elektronische gegevens waarop zij betrekking heeft verbonden, dat het moment van ondertekening en elke wijziging na ondertekening van de elektronische gegevens kan worden vastgesteld.

Regeling
Besluit digitale stukken Strafvordering
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0038616
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl