wetzoeker

Artikel 5 Algemeen besluit erkenning EU-beroepskwalificaties

Dienstverrichting

1 Op de dienstverrichter, bedoeld in artikel 21 van de wet, die in het bezit is van een Europese beroepskaart die is afgegeven door een andere betrokken staat met het oog op tijdelijke en incidentele dienstverrichting in Nederland op grond van artikel 4 quater van de richtlijn, is hoofdstuk 3 van de wet van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 23, 27 en 28 van de wet.

2 Indien Onze minister die het aangaat kennis neemt van de indiening in een andere betrokken staat van een aanvraag voor een Europese beroepskaart als bedoeld in het eerste lid, en de aanvrager tevens een schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 23 van de wet bij Onze minister die het aangaat heeft ingediend inzake hetzelfde gereglementeerde beroep, besluit Onze minister die het aangaat de schriftelijke verklaring niet te behandelen dan wel buiten behandeling te stellen.

Regeling
Algemeen besluit erkenning EU-beroepskwalificaties
Soort
AMvB
Geldend vanaf
28-07-2018
BWB-id
BWBR0038602
Versie
2018-07-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl