wetzoeker

Artikel 19 Regeling scheepsuitrusting 2016

Bijzondere bepalingen

1 In afwijking van artikelen 3, eerste lid, en 6, eerste lid, van de wet, kan de minister, ten behoeve van beproeving of ter beoordeling, ten aanzien van scheepsuitrusting die is bestemd voor plaatsing aan boord van een Nederlands schip en waarvoor geen conformiteitsbeoordelingsprocedure is doorlopen of niet zijnde scheepsuitrusting als bedoeld in artikel 18, een certificaat ten behoeve van beproeving afgeven.

2 Aan het gebruik van scheepsuitrusting waarvoor het certificaat is afgegeven, kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. Deze beperkingen en voorschriften worden in het certificaat vermeld.

3 De minister bepaalt de geldigheidsduur van het certificaat ten behoeve van beproeving. De geldigheidsduur is niet langer dan voor een goede beproeving van de scheepsuitrusting redelijkerwijs nodig is en is zo kort mogelijk.

4 Het certificaat wordt alleen afgegeven onder voorwaarde dat de scheepsuitrusting die voldoet aan de vereisten gesteld bij of krachtens de wet, niet wordt vervangen door de scheepsuitrusting, bedoeld in het eerste lid.

Regeling
Regeling scheepsuitrusting 2016
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
18-09-2016
BWB-id
BWBR0038499
Versie
2016-09-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl