wetzoeker

Artikel 23 Wet scheepsuitrusting 2016

Handhaving

1 Onze Minister kan aan degene die handelt in strijd met de in artikel 22 gestelde verboden een bestuurlijke boete opleggen, met uitzondering van het verbod gesteld in het vijfde lid, onderdeel d.

2 De bestuurlijke boete die voor een overtreding van artikel 22, eerste lid en vijfde lid, onderdeel a, ten hoogste kan worden opgelegd komt overeen met de boete van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

3 De bestuurlijke boete die voor een overtreding van artikel 22, tweede tot en met vierde lid en vijfde lid, onderdeel b, kan worden opgelegd komt overeen met de boete van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid van het Wetboek van Strafrecht.

4 De bestuurlijke boete die voor een overtreding van artikel 22, vijfde lid, onderdeel c, kan worden opgelegd komt overeen met de boete van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

5 De op te leggen bestuurlijke boete kan met ten hoogste 50 procent worden verhoogd, indien binnen een periode van 48 maanden tweemaal voor een zelfde feit, elk afzonderlijk in een periode van ten hoogste 24 maanden voorafgaand aan dat feit, een boete is opgelegd en onherroepelijk is geworden.

Regeling
Wet scheepsuitrusting 2016
Soort
Wet
Geldend vanaf
19-04-2023
BWB-id
BWBR0038498
Versie
2023-04-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl