wetzoeker

Artikel 7 Rijksvisumwet

Aanvraag

1 Een visum wordt door de vreemdeling in persoon, indien de bevoegde autoriteit dat verlangt in aanwezigheid van diens wettelijke vertegenwoordiger, aangevraagd bij een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het Koninkrijk met gebruikmaking van het door Onze Minister van Buitenlandse Zaken daartoe vastgestelde formulier.

2 De bevoegde autoriteit kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de verplichting tot persoonlijke verschijning, bedoeld in het eerste lid.

3 Bij regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan in aanvulling op het eerste lid worden bepaald dat een visum elders dan bij een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het Koninkrijk kan worden aangevraagd.

4 In afwijking van het eerste lid kan bij regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken worden bepaald dat een visum langs elektronische weg kan worden aangevraagd. In deze regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag wordt ingediend, alsmede met betrekking tot het beheer van bij de aanvraag verstrekte gegevens en bescheiden.

Regeling
Rijksvisumwet
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-07-2018
BWB-id
BWBR0038494
Versie
2018-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl