Paragraaf 2 — : Begripsbepalingen Subsidieprogramma Fonds Duurzaam Water
: Begripsbepalingen
− Commercieel haalbaar: een project is commercieel haalbaar indien het gehele project middels één of meerdere door het project ondersteunde business cases kan worden terugverdiend binnen de projectperiode en de twee daaropvolgende jaren of de benodigde financiering uit de commerciële markt kan verkrijgen;
− Duurzaamheid: duurzaamheid als bedoeld in annex 3 (FIETS kader) van deze beleidsregels;
− Duurzame toegang tot schoon drinkwater en sanitatie (inclusief afval): één van de thema’s van het FDW. Het verschaffen van duurzame toegang tot veilig drinkwater en verbeterde sanitaire voorzieningen en afval afhandeling aan huishoudens maar ook bij instellingen als scholen, gecombineerd met inzet op hygiëne;
− Efficiënt watergebruik in de landbouw: één van de thema’s van FDW. Het verbeteren en verduurzamen van watergebruik in de geïrrigeerde en regenafhankelijke landbouw; hierdoor neemt de productie van voedsel- en productiegewassen op duurzame wijze toe en is de voedselvoorziening beter bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering;
− Hardware (HW): kapitaalgoederen die worden ingezet in het productieproces, zoals machines, gebouwen en installaties (eventuele computersoftware valt hier ook onder). Kosten gemoeid met goederen die slechts één productiecyclus mee gaan of in één jaar worden afgeschreven, worden niet aangemerkt als investeringen in hardware, maar als operationele kosten;
− Inceptiefase: Opstartfase van het project waarbinnen randvoorwaardelijke zaken voor verdere projectuitvoering worden geborgd. De inceptiefase wordt als onderdeel van het projectplan behorende bij de aanvraag gedefinieerd;
− Kennisinstelling: een onderwijs- en onderzoeksinstelling die bijdraagt aan kennisuitwisseling. Om als kennisinstelling te kwalificeren moeten de kerntaken van de kennisinstelling onafhankelijk onderzoek en/of kennisoverdracht zijn, ongeacht of de kennisinstelling ook economische activiteiten uitvoert of behoort tot de overheid;
− Kleine onderneming: een onderneming behorende tot de bedrijfssector als omschreven in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine ondernemingen (Pb 2003 L 124/36);
− Niet-gouvernementele organisatie (NGO): een niet op winst gerichte en niet door een overheidsinstantie opgerichte of aan een overheidsinstantie statutair of feitelijk verbonden organisatie die beschikt over rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht in het land waar de NGO statutair gevestigd is. Deze partij is ook als zodanig geregistreerd;
− Onderneming: een onderneming is een entiteit niet zijnde een stichting, vereniging, coöperatieve vereniging of NGO, die economische activiteiten uitvoert, ongeacht de wijze waarop zij wordt gefinancierd. Een economische activiteit is het aanbieden van goederen of diensten op een economische markt. Ook entiteiten die economische activiteiten uitvoeren op ‘not for profit en not for loss’ basis kunnen kwalificeren als onderneming in het partnerschap.
− Ondernemingsbijdrage: het deel van het projectbudget dat uit middelen van ondernemingen wordt gefinancierd;
− Overheid: geheel van centrale en decentrale overheidspartijen (Rijk, provincie, gemeente, of lokale variant daarop). Ook semi-overheidspartijen kunnen als ‘overheid’ deelnemen aan het partnerschap. Het gaat om instanties die wettelijke taken uitvoeren of het publieke belang dienen en gefinancierd worden uit publieke middelen. In het geval van de watersector gaat het onder andere om toezichthoudende instanties;
− Penvoerder: de deelnemer in een samenwerkingsverband die namens het samenwerkingsverband de subsidie aanvraagt. Indien de aanvraag wordt gehonoreerd is de penvoerder de subsidieontvanger en als zodanig volledig aanspreekbaar en verantwoordelijk jegens de Minister voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten en de naleving van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen;
− Projectbudget: Het totaal aan subsidiabele projectkosten. Het projectbudget is het totaal aan kosten direct gerelateerd aan de uitvoer van het project die voor subsidie in aanmerking komen;
− Publieke instelling: een instelling die behoort tot de overheid;
− Publiek privaat partnerschap (PPP): een niet over rechtspersoonlijkheid beschikkend samenwerkingsverband, bestaande uit één publieke instelling uit het doelland, één onderneming en één NGO. Van de partijen beschikt ten minste één organisatie over rechtspersoonlijkheid naar Nederlands recht welke ook statutair in Nederland is gevestigd. Bestaat uit maximaal 6 deelnemers. Individuele leden van de doelgroep van het FDW-project zijn geen partner van het PPP. Het PPP vraagt via een penvoerder de subsidie aan;
− Technische assistentie (TA): omvat activiteiten als projectmanagement, training, monitoring en evaluatie, certificering, juridisch en bouwkundig advies e.d. De daarmee gemoeide kosten vormen het deel van het projectbudget dat niet wordt besteed aan hardware en rentekosten;
− Verbeterd stroomgebiedbeheer en veilige delta’s: één van de thema’s van FDW. Het duurzame beheer van stroomgebieden is erop gericht dat alle watergebruikersgroepen (huishoudens, visserij, landbouw, industrie, waterkracht en natuur) over genoeg water beschikken van voldoende kwaliteit en dat hun leefomgeving beschermd is tegen rampen als grote overstromingen. Daarbij moet rekening gehouden worden met de gevolgen van klimaatverandering.
- Regeling
- Subsidieprogramma Fonds Duurzaam Water
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 30-09-2017
- BWB-id
- BWBR0038441
- Versie
- 2017-09-30_0