wetzoeker

IV — Drempelcriteria Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Gedetineerdenbegeleiding buitenland 2017–2019)

Drempelcriteria

Om voor subsidieverlening in het kader van gedetineerdenbegeleiding in aanmerking te komen dient een subsidieaanvraag in ieder geval aan de volgende criteria te voldoen:

1. De aanvrager is een Nederlandse rechtspersoon, statutair gevestigd in Nederland, die relevante ervaring heeft op het gebied van gedetineerdenbegeleiding in Nederland en/of het buitenland;

2. De organisatie beschikt over een lokaal netwerk van vrijwilligers, medewerkers en/of experts in de voor gedetineerdenbegeleiding (resocialisatie en zorg) relevante landen (de landen van detentie

3 Op verzoek verstrekt het Ministerie van Buitenlandse Zaken een lijst van landen van detentie met actuele aantallen Nederlandse gedetineerden.

) dan wel is in staat een dergelijk netwerk op korte termijn op te bouwen. Naast beschikbaarheid in de voor gedetineerdenbegeleiding relevante landen moet het lokaal netwerk ook relevant zijn in de zin van kwaliteit, zoals relevante kennis en kunde m.h.o.o. de activiteiten op het gebied van resocialisatie en zorg, en beschikbaarheid in tijd. Indien een lokaal netwerk moet worden op- of uitgebouwd, geeft de organisatie inzicht in een gemotiveerde aanpak met een concreet tijdpad, waarbij voor het realiseren van een adequaat lokaal netwerk een maximale termijn van zes maanden geldt.

Een lokaal netwerk is adequaat zodra in 75 à 100% van de landen waar er sprake is van Nederlandse gedetineerden die in aanmerking komen voor begeleiding en deze wensen te ontvangen, deze bijstand door een lokale vrijwilliger, medewerker en/of expert kan worden verleend. Met het oog op het gewenste maatwerk geldt hierbij het uitgangspunt dat de lokale vrijwilliger, medewerker en/of expert in het land van de gedetineerde woonachtig is of in het grensgebied van een buurland nabij de detentiefaciliteiten.

3. De aanvraag betreft activiteiten op het gebied van één of meer van de volgende vormen van gedetineerdenbegeleiding:

a) resocialisatie van Nederlandse gedetineerden die na detentie voornemens zijn terug te keren naar Nederland;

b) juridisch advies aan Nederlandse gedetineerden;

c) zorg aan Nederlandse gedetineerden die in aanmerking komen voor het aanvullend maatwerkpakket, aanvullend op de zorg die reeds door lokale gevangenissen wordt gegeven, op maatschappelijk, sociaal dan wel geestelijk vlak, in landen die niet zijn opgenomen op de landenlijst van Annex 1 bij deze bijlage

4 De minister van Buitenlandse Zaken kan landen op- en afvoeren van de lijst. Indien het afvoeren van een land of landen door de minister van Buitenlandse Zaken voor de organisatie leidt tot meerkosten op het gebied van zorg kan de organisatie bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken een gemotiveerde claim indienen. Dit geldt alleen voor activiteiten en kosten waar de indeling volgens de landenlijst van Annex I op van invloed is.

;

d) vier maal per jaar uitgeven van een tijdschrift in de Nederlandse taal met informatie over Nederlandse consulaire bijstand, resocialisatie, juridisch advies en zorg.

Indien aan één of meer van deze criteria niet wordt voldaan, wordt de aanvraag afgewezen en niet verder beoordeeld.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Gedetineerdenbegeleiding buitenland 2017–2019)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
04-01-2019
BWB-id
BWBR0038401
Versie
2019-01-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl