wetzoeker

Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen

Rijkswet van 13 juli 2016, houdende aanpassing van Rijkswetten in verband met de invoering van de Wet tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht en van de Wet tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie alsmede in verband met de uitbreiding van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad (Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen)

Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-03-2017
Rechtsgebied
Burgerlijk procesrecht, Procesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0038345
Versie
2017-03-01_0
SHA-256 bron
b9d04bfd23ad1820f02a2fd63433db5406ea22af40958fb15a0c3c4d2fedb52a

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX

Artikel I

Wijzigt de Consulaire Wet.

Artikel II

Wijzigt de Paspoortwet.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel III

Wijzigt de Rijksoctrooiwet 1995.

Artikel IV

Wijzigt de Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel V

Wijzigt de Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel VI

Wijzigt de Uitvoeringswet Internationaal Strafhof.

Artikel VII

1 Ten aanzien van een procedure bij de civiele rechter waarbij het exploot voor de datum van inwerkingtreding van deze wet rechtsgeldig is betekend, blijft het recht van toepassing zoals dat voor die datum gold.

2 Dit lid is nog niet in werking getreden.

3 Zolang de verplichting om langs elektronische weg te procederen nog niet bij alle gerechten als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie voor alle zaken in werking is getreden, bepaalt de rechter naar wie een zaak wordt doorgestuurd, verwezen of teruggewezen, zo nodig op welke wijze die zaak wordt behandeld of voortgezet.

Artikel VIII

De artikelen van deze rijkswet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan, voor verschillende vorderingen en verzoeken en voor de verschillende gerechten als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel IX

Deze rijkswet wordt aangehaald als: Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen.